Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Knorrig.
Knorrig betekenis
chagrijnig, ontevreden, altijd aan het knorren
Voorbeeldzinnen (20)
Je weet wat ik bedoel, knorrig.
Ze is een knorrig oud vrouwtje.
Zijn idealisme is soms een valkuil, weet Glastra: “Als het niet ging zoals Lenferink had bedacht, kon hij best een beetje knorrig worden.
En nu een beetje, nou ja, in grondhouding, knorrig doen?
Hij was een beetje knorrig.
Daar worden ze nogal knorrig van.
Geen heil is beetje knorrig vandaag.
Witte sportsokken dragers zijn altijd extreem knorrig.
Evenals Albus vergeet hij nooit iets en is hij ruimdenkend, maar hij is knorrig.
Hij lag een ronde voor op Ocon, die hem een overwinning probeert te ontnemen omdat Ocon voor Mercedes gaat rijden en dan mag je blijkbaar niet knorrig doen.
In het begin wat knorrig, maar later bleek het een enorme aardige en toffe peer te zijn.
Je kan daar knorrig over doen en vinden dat we ons daar niet aan moeten conformeren.
Los daarvan, lijkt me vrij knorrig van deze geredde figuren.
Na drie maanden is hij obsessief met zijn knie bezig, nog niet terug op z’n werk en begint bovendien de baas knorrig te doen.
Schuchter, knorrig, en duidelijk niet juichend over de nieuwe situatie.
Echt knorrig werd ik maandag toen we met dorpsagenten Kevin en Sita meegingen op hun ‘sociale rondje’.
Hadden wij maar één Forsberg, schreef er één - inderdaad, Strootman, Pröpper, Wijnaldum, Blind, de namen die Advocaat me knorrig had voorgehouden, ze kunnen er niet aan tippen.
Het oordeel van het hof is gesteld in knorrig juridisch Duits.
Of juist niet, wat nog erger is, want dan kan het dus gebeuren dat hij toevallig een slechte nacht heeft gehad en wat knorrig reageert zonder te weten dat een collega die hij al jaren kent.
Hij gaat op avontuur met een knorrig Lieveheersbeest, een ijdele Duizendpoot en een stille Zijderups.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl