Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Knotsvormige.

Knotsvormige

Voorbeeldzinnen (20)

Het mannetje heeft een duidelijke knotsvormige verbreding van het achterlijf ter hoogte van segmenten 7 tot 10. Het vrouwtje heeft een breder postuur en nauwelijks een knotsvormige verbreding van het achterlijf.

Het mannetje heeft een slank achterlijf, aan de basis sterk getailleerd en met een duidelijke knotsvormige verbreding ter hoogte van segmenten 7 tot 10. Het vrouwtje heeft een breder postuur en nauwelijks een knotsvormige verbreding van het achterlijf.

Aan het derde thoraxsegment zitten bij de Diptera een paar knotsvormige orgaantjes (zgn.

Aan het uiteinde van de antenne is een knotsvormige verdikking aanwezig.

De bloeiwijze bestaat uit een 1,5 meter lange steel waaraan een knotsvormige bloem van 4 cm in doorsnede hangt.

De kop is zeer robuust maar het lichaam en de knotsvormige staart zijn duidelijk afgeplat.

De stijl is 1-2½ cm lang, bekroond door een knotsvormige, cilindrische of afgerond conische pollen-presentator.

Het achterlijf van het mannetje heeft een subtiele, maar meestal duidelijke knotsvormige verbreding aan het uiteinde.

Het achterlijf van het mannetje is overal min of meer even breed: weinig taille aan de basis en slechts een onduidelijke knotsvormige verbreding aan het einde.

Kenmerkend voor de sierlijke witsnuitlibel zijn de duidelijke knotsvormige verbreding van het achterlijf en de witte achterlijfsaanhangsels.

Mannetjes hebben een duidelijke knotsvormige verbreding van het achterlijf, ter hoogte van de segmenten 7–9.

Vrouwtjes zijn vergelijkbaar getekend als mannetjes, maar hebben een breder postuur en nauwelijks een knotsvormige verbreding van het achterlijf.

Verder hebben mannetjes bloedrode heidelibellen niet de typische afgeplatte, elliptische vorm van het achterlijf: het achterlijf is meer rolrond met een knotsvormige verbreding aan het uiteinde.

Het knotsvormige achterlijf is onmiskenbaar.

Beschrijving Deze zeeëgel had een ronde, iets afgeplatte schaal, die was samengesteld uit tien rijen interambulacrale knobbels, bezet met massieve, knotsvormige stekels, ter bescherming van het dier.

Boven de bloem zit nog wel het ongeveer 4,5 mm lange knotsvormige begin van een tweede bloem.

De antenne van de kleine meeltor wordt geleidelijk groter en heeft vier knotsvormige verdikkingen, terwijl de kastanjebruine rijstmeelkever er maar drie heeft, die niet geleidelijk groter worden.

De kop draagt twee kleine, knotsvormige antennes en op het laatste segment is een stekel-achtig uitsteeksel aanwezig.

De kop is wat omlaag gebogen, de tasters zijn 11-ledig en eindigen in een knotsvormige verdikking.

De palpen zijn bij de schallebijters relatief lang en ze eindigen in een enigszins verdikte, knotsvormige structuur.