Leer het woord Konnen beter kennen met 10+ echte voorbeeldzinnen, de betekenis.
Konnen betekenis
- kunnen
- weten hoe iets te moeten doen
Gebruik van Konnen
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: kunnen | weten hoe iets te moeten doen
- In het voorbeeldencorpus komt konnen vaak voor in combinaties zoals: te konnen, en konnen, konnen de.
Context rond Konnen
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 24.8 woorden
- Plaats in de zin: 1 begin, 7 midden, 12 einde
- Zinsoorten: 18 stellend, 2 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Konnen
- In deze selectie staat "konnen" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 24.8 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral verwijderd, kannen, terecht, opdelven, trekken en getuygen op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "konnen".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn als we konnen de deur en behulp niet konnen bereiken. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "konnen" dicht bij woorden als aalsmeerder, aanbaden en aandienden, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met konnen
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Kunnen kennen kannen konnen. (4 woorden)
En konnen niet verborgen zijn. (5 woorden)
Ik kon, jij kont wij konnen? (6 woorden)
Want zoo men d’ er meer als duizend met het bloot gezigt ziet, en met Verrekijkers tien- of twintigmaal meer, hoe kan men weten, of bepalen, hoe groot de menigte is van de genen, die verder staan, welke wy met dit behulp niet konnen bereiken? (45 woorden)
De kerk is tussen 1668 en 1670 gebouwd als een tijdelijke ‘houten predikschuur’, waarbij men zich voornam om ‘het plein aan die Kerk egter groot genoeg te laaten, om op het zelve, t'eenigen tyde, eene steenen Kerk te konnen zetten’. (41 woorden)
Enkel wens ik dan na een lang leven, niet om eigen vermaak, maar om my des te meer in staat te zien om u te konnen dienen, gehoorzamen, na waarde lieven, en met mond zo wel boven alle stervelingen roemen. (40 woorden)
Ik kon, jij kont wij konnen? (6 woorden)
Want zoo men d’ er meer als duizend met het bloot gezigt ziet, en met Verrekijkers tien- of twintigmaal meer, hoe kan men weten, of bepalen, hoe groot de menigte is van de genen, die verder staan, welke wy met dit behulp niet konnen bereiken? (45 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Het hoofd werd van het lichaam afgesneden zodat de hersenen verwijderd konnen worden, waarna de huid opnieuw werd opgeplakt en vaak gewoon met een kleimasker werd bedekt.
Zijnde een zeeker dood-vyand; wiens waaren naam men nimmer uit de aaloude schriften en heeft konnen opdelven, vert.
Ik kon, jij kont wij konnen?
Kunnen kennen kannen konnen.
De overleden burgemeester zei ooit altijd de ruimte te hebben voor mishandelde kinderen die nergens meer terecht konnen.
Wij die gast met z'n drieën, de derde kan ik niet specifieker noemen in verband met dingen, in z'n stinkende kraag van katoen gegrepen, en zo hard als we konnen, de deur van de zaal uit getrapt.
Tegelijkertijd hield hij een slag om de arm: het was net als destijds bij Columbus' uitvaren 'op hope van wat goets; want wy noch niemant konnen een stuyver versekeringe doen'.
De weersverwachting werd vervolgens dusdanig aangepast dat er maandagavond nog wel stevige buien over het zuidoosten van Brabant konnen trekken.
Wim van Oostrum, van wie gefluisterd werd dat hij sneller zet dan zijn eigen schaduw, werd zevende en oud-Bommelaar Timo Konnen werd achtste.
Affirmeet den inhoudt deser doch, niet selve te konnen getuygen, off het een essen hevel, off (doorh.: onleesb.) een ander holt ofte hevel geweest sij.
As hai tegen t licht ston den schenen ze rood deur en konnen ie de oaders in de oren zain.
De kerk is tussen 1668 en 1670 gebouwd als een tijdelijke ‘houten predikschuur’, waarbij men zich voornam om ‘het plein aan die Kerk egter groot genoeg te laaten, om op het zelve, t'eenigen tyde, eene steenen Kerk te konnen zetten’.
De tweede hooghte is in de dinghen die merckelijck droogh / nat / kout oft warm konnen maken / noch en hebben gheen bewijsinghe van doen om dat te betoonen.
Enkel wens ik dan na een lang leven, niet om eigen vermaak, maar om my des te meer in staat te zien om u te konnen dienen, gehoorzamen, na waarde lieven, en met mond zo wel boven alle stervelingen roemen.
En konnen niet verborgen zijn.
Gy zult morgen vroech, zo gy wilt, en zo gy daar op wilt merken, mijn schepen in de vischrijke HelIespontus zien zeilen, met mannen, die wel roejen konnen, daar in.
Jan Donkers verklaart dat Joost van de Laak zei: “Die van Veghel konnen ter zyden het schoor dan eenen watermolen setten, en oock aen d’ander zijde een huijs tot een herberg, dan is die plaats duijsent gulden waert.
Omdat je moeder je de verhaelties over Eric vroeger al uut de kraante veurlas doej’ zels nog niet lezen konnen.
Want zoo men d’ er meer als duizend met het bloot gezigt ziet, en met Verrekijkers tien- of twintigmaal meer, hoe kan men weten, of bepalen, hoe groot de menigte is van de genen, die verder staan, welke wy met dit behulp niet konnen bereiken?
Zo ging t de haile dag deur, ze konnen dat rótding nait aan de gang kriegen.
Veelvoorkomende combinaties met konnen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- te konnen 3×
- en konnen 3×
- konnen de 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "konnen" in een zin?
Wat betekent "konnen"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "konnen" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl