Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Kooplieden.

Kooplieden

Synoniemen van Kooplieden

Voorbeeldzinnen (20)

In 1614 vormde hij de "Compagnie van Kooplieden uit Rouen en Saint-Malo" en de "Compagnie Champlain", die de kooplieden voor elf jaar verplichtten de kolonie te steunen in ruil voor een handelsmonopolie.

Om kooplieden naar de jaarmarkt te ‘lokken’, regelden landsheren, regionale machthebbers en het stadsbestuur (de latere ) marktvrede, en vrije geleiden, lage toltarieven en bescherming van kooplieden die op reis waren.

Amsterdam is een kapitalistische stad, een stad van kooplieden, zoals iedereen weet, en kooplieden zijn niet principieel, maar pragmatisch.

De kooplieden van de Oostzeesteden sloten met de kooplieden van elders (o.a. Deventer en Kampen) handelsverenigingen, de Hanzen.

De sociale structuur van Novgorod bestond uit drie standen; de rijke kooplieden en bankiers (die tegelijk grondbezitters waren) stonden aan de top, de gewone kooplieden vormden de middenstand en handwerkers en dagloners vormden de laagste stand.

Vrijgevige mensen zijn slechte kooplieden.

Gulle mensen zijn slechte kooplieden.

De kooplieden kwamen in groten getale.

Maar als christelijke kooplieden, Ook moet een vergoeding voor de kerk te betalen.

Accountants, advocaten, kooplieden en de fiscus zijn overbodig.

Behalve op de markt van Woubrugge; daar zetten sommige kooplieden de muziek alvast uit als ze aan komt lopen.

Cyriacus werd rond 1391 geboren in een vooraanstaande familie van kooplieden.

Daarin hekelde hij het optreden van welgestelde ondernemers en kooplieden, maar tot revolutionaire conclusies kwam hij niet.

Dit betreft dan de slaven die er door kooplieden en officieren aan land werden gebracht om als bediende in hun huishouding te gaan werken.

Door de gunstige geografische ligging trokken de gevluchte kooplieden massaal van Antwerpen naar Amsterdam.

Er kwam een flinke schadeloosstelling voor de overlevende familieleden van de kooplieden die op Amboina waren terechtgesteld.

Hij staat bekend als de beschermheilige van kinderen, ongehuwde vrouwen, kooplieden en zeelieden.

Later werkten ook de besturen van de steden waar de kooplieden uit afkomstig waren samen.

Nederland is altijd al een kooplieden- en domineesland geweest en daarom altijd laf geweest (zie de meidagen van 1940 toen het systeem van weerbaarheid gelijk in elkaar stortte en de daarop volgende collaboratie).

Nog eentje: zouden die Amsterdams kooplieden van weleer ook voor ASML en aanhang kiezen en niet voor TSMC en co?