Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Koorheren.

Koorheren

Voorbeeldzinnen (16)

Augustijner koorheren De Orde van Augustijner Koorheren is de verzamelnaam van verschillende religieuze families c.q. gemeenschappen levend volgens de Regel van Augustinus en die als zodanig deze titel dragen.

De Orde van Augustijner Koorheren is de verzamelnaam van verschillende religieuze families c.q. gemeenschappen levend volgens de Regel van Augustinus en die als zodanig deze titel dragen.

Nadat de nonnen naar het benedictinessenklooster Marienthal bij Norden waren overgeplaatst, nam een aantel Augustijner koorheren uit Frenswegen in Mariënkamp hun intrek.

De abt was de voorzitter van het kapittel van koorheren, uit wier midden hij werd gekozen.

De augustijner koorheren vervulden op verschillende plekken in Maastricht priesterlijke taken.

Het gebouw diende als eet- en slaapzaal van de koorheren van het stift en gold lang als één van de oudst bewoonde gebouwen van Duitsland.

Na het uitsterven van de koorheren werden een aantal altaren verwijderd, maar verder veranderde er weinig.

De oudste kloosters (Foswerd, Stavoren, Dokkum) ontstonden in de 9e eeuw als kapittels van (augustijner) koorheren en gingen later tot één van de overige kloosterorden over.

Een prachtig getuigenis uit het verleden van de aanwezigheid van Augustijner Koorheren in de Nederlanden is de voormalige Abdij Rolduc in Kerkrade, thans grootseminarie van het bisdom Roermond en conferentieoord.

Het klooster Mariënberg, van de augustijner koorheren kwam na de Reformatie in Friesland aan de provincie en werd toen afgebroken.

Het Stift Klosterneuburg ligt ten noordwesten van Wenen in de gelijknamige plaats Klosterneuburg ( Neder-Oostenrijk ) en behoort tot de congregatie van de Oostenrijkse Augustijner koorheren.

In 1071 droeg bisschop Altmann van Passau het stift Sint-Floriaan over aan de hervormingsgezinde Augustijner koorheren.

Kloosters van de Augustijner koorheren worden doorgaans een kapittel genoemd.

Verschillende aan andere kerken verbonden prebenden werd toen aan de Heilige Geestkerk overgedragen, waarmee de jonge universiteit kon worden gefinancierd (de professoren van de kerk waren tegelijkertijd de koorheren ).

Voorgeschiedenis Het vereerde genadebeeld In 1141 schonk volgens een oorkonde aartsbisschop Arnold I een berg aan de Augustijnen koorheren om er een klooster op te richten.

Voor kerkdiensten en zittingen togen de koorheren door het hoofdportaal aan de noordelijke zijde, terwijl de huidige zuidelijke hoofdingang voor de leken diende.