Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kosthuis.
Kosthuis
Kosthuis betekenis
het huis waar men eet en slaapt
Voorbeeldzinnen (13)
In 1740, het laatste jaar van zijn dienstverband, runde hij ook nog met twee slavinnen een kosthuis.
Rond 00.30 uur brengt Teunissen Klunder naar diens kosthuis.
Hij stuurt zijn zusje Nella naar familieleden, maar zij heeft heimwee naar haar kosthuis.
J.R.R. en Hilary Tolkien woonden toen in hetzelfde kosthuis.
We woonden in een kosthuis, en als de andere jongens thuiskwamen en ik dan al lekker aan een biertje zat… dat werkt niet.
Daar is de bouw gerealiseerd van een nieuw kosthuis voor een kleine dertig verstandelijk gehandicapte jongens van de Rotara School en is een hostel opgeknapt en uitgebreid voor bijna twintig gehandicapte meisjes.
Hij werd in Pakistan gearresteerd in een kosthuis van Bin Laden.
In zijn kleine kamertje in het kosthuis van de weduwe Marques droomt hij van een luxe leven vol champagne en minaressen met blanke boezems.
In het middaguur brengt men hun voor hun kosthuis in de Atelierstraat een zingende ovatie.
De tentoonstelling in het Gemeentearchief schenkt niet alleen aandacht aan de Rijks-HBS, klasgenoten, docenten, kosthuis en tekenleraar Huijsmans, maar ook aan de sociale en economische aspecten van Tilburg in die tijd.
D'Artagnan gaat terug naar zijn kosthuis waar bij Constance in tranen aantreft.
Het kosthuis Heilig Hart Tereken werd hiertoe opgericht.
In 1907 stelde de SDAP-politicus Servaas Baart dat bij Regout werkende glasblazersleerlingen van hun kosthuis via een tunneltje naar de fabriek werden gevoerd en zo feitelijk geen vrijheid kenden.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl