Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kouds.

Kouds

Voorbeeldzinnen (20)

Je mag niets kouds eten en je mag niets kouds drinken.

Ik wil nu iets kouds drinken.

Hij wil iets kouds drinken.

Ik wil iets kouds om te drinken.

Ik wil iets kouds drinken.

Geef me iets kouds om te drinken.

Hij wil iets kouds.

Heb je zin in iets kouds om te drinken?

Tom gaf Maria iets kouds om te drinken.

Ik had grote dorst en ik wou iets kouds drinken.

Wil je iets kouds te drinken?

Wilt u iets kouds te drinken?

Je moet niets kouds eten.

Als ik iets kouds drink, doet mijn tand erg pijn.

Het is warm, dus wil ik iets kouds eten.

Hij wil iets kouds om te drinken.

Als ik iets kouds drink, krijg ik pijn aan mijn tanden.

Alleen maar op iets kouds, zoals een machine.

Wanneer we iets kouds, zoals ijs of een koud drankje, consumeren, vernauwen de bloedvaten in onze mond en keel.

Dan voelt Asknul iets kouds op zijn gezicht.