Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kruidlaag.

Kruidlaag

Kruidlaag betekenis

de een na onderste te onderscheiden vegetatielaag van planten tussen 10 en 135 cm hoog

Voorbeeldzinnen (20)

De rupsen verpoppen zich in de kruidlaag en niet in de grond.

Ze verhoogt de biodiversiteit en zorgt voor een gevarieerde kruidlaag langs de grachten.

De boomlaag is hetzelfde als bij het kussentjesmos-dennenbos, maar de struik en kruidlaag zijn anders.

De bossen, houtsingels en houtwallen zijn zeer gevarieerd met veel eik en een goed ontwikkelde struik- en kruidlaag.

De kruidlaag is op veel plaatsen goed ontwikkeld, maar staat steeds mee onder druk van betreding door spelende mensen, honden uitlatende mensen en andere wandelaars.

De struik- en kruidlaag is wel zeer dicht op plaatsen waar gaten zijn gevallen in het bladerdak door het omvallen van woudreuzen.

Deze onderzoekt de lagen van de vegetatie (boomlaag, struiklaag, kruidlaag, moslaag) en bekijkt dan welke soorten overheersen en welke in bijna alle opnamen voorkomen.

Dikwijls bestaat de kruidlaag enkel uit voorjaarsbloeiers.

Hij heeft een voorkeur voor droge, warme, open leefgebieden, vooral op de zandgronden en leeft in de kruidlaag.

In open habitats met een hoge vegetatie en kruidlaag kan de soort met meer dan 100 nesten per 100 vierkante meter als enige mierensoort aanwezig zijn.

Lievevrouwebedstro is te vinden op horizontale of zwak glooiende terreinen in de kruidlaag van het droge gedeelte van dit bos.

Ouder wordende bomen, dood hout, open gaten in het bos, natuurlijke verjonging, aandacht voor struik- en kruidlaag, gebruik van autochtone boom- en struiksoorten zijn voorbeelden van die verandering.

Zodra de kruidlaag zich verder ontwikkelt en er ook een struiklaag ontstaat zijn de omstandigheden voor de dennenorchis minder gunstig geworden, en verdwijnt de soort.

Tegen de grond komen bodembedekkers, daarna een kruidlaag met lagere en hogere vaste planten en ten slotte struiken en eventueel nog een paar hoge bomen.

Aardmuizen (Microtus agrestis) zijn vooral te vinden in kleinschalig landschap in een vochtige, hoge en dichte kruidlaag.

Ze proberen, zo hoog in de kruidlaag te zitten, dat ze wel beschermd zijn, maar ook niet onder water kunnen komen door hoge winterwaterstanden.

Vooral heggen en houtwallen met een dichte laag struiken, een goed ontwikkelde kruidlaag onder de struiken en kruidenrijke zomen vormen een geliefde broedplaats.

Op veel plaatsen valt genoeg regen om lichte bossen van eucalyptusbomen en mulga toe te staan, met hoge graspollen in de kruidlaag.

Op de bodem is een kruidlaag aanwezig.

De kruidlaag is nog het meest divers, met een soortenrijkdom die tussen dat van het wintereiken-beukenbos en het eiken-haagbeukenbos in ligt.