Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kunsttheorie.

Kunsttheorie

Kunsttheorie | Kunsttheorieën

Voorbeeldzinnen (16)

De kunstenaars verkondigden geen dogmatische kunsttheorie en was een verzameling kunstenaars met zeer uiteenlopende stijlkenmerken en artistieke ambities.

Hij was van 1908 tot 1911 redacteur van het architectuurtijdschrift Arkkitehti, schreef ook jarenlang voor het kunsttijdschrift Euterpe en publiceerde boeken over kunsttheorie.

Malevitsj schreef een kunsttheorie die de grondslag vormde van een deel van zijn oeuvre en die hij het 'suprematisme' noemde (van suprematie, oftewel 'oppermacht').

Ze werkt actief aan het dichten van de kloof tussen kunsttheorie en kunstpraktijk.

Zij doceert in de vakgebieden van de beeldanalyse, iconologie, kunsttheorie en middeleeuwse kunst.

Die wetenschappelijke methode kreeg voet aan de grond in het vroegmoderne Europa, vijftiende eeuw, in wat toen de humaniora werd genoemd: filologie (tekstwetenschap), kunsttheorie, taalkunde en musicologie.

Om zijn artistieke gebreken te camoufleren stortte hij zich, na jarenlang met schrijnend gebrek aan succes te hebben opgetreden als brave navolger van de Haagsche School, op de kunsttheorie.

Zijn kunsttheorie zou de achttiende-eeuwse kunstenaars in slaap hebben gewiegd.

In de kunsttheorie van de zeventiende eeuw stonden stillevens daarom onderaan de ladder.

Mondriaan is (net als van Gogh) verzwolgen door het kapitaal en de kunsttheorie.

Baudrillards kunsttheorie Baudrillard formuleerde vrij scherp de postmoderne visie op de functie van actuele kunst.

Deze Griekse denkers zouden een grote impact hebben op de kunsttheorie van de renaissance.

Dit is een radicale kunsttheorie waarbinnen ieder mens kan participeren en verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de samenleving waarin hij leeft.

Gris schreef over zijn kunsttheorie.

Vlaamse galerijschilderijen en doeken van kunstcollecties werden bekeken als een soort visuele kunsttheorie.

Hij is vooral bekend als auteur van een 58-pagina tellend boekje met de titel Lof der schilder-konst, dat een zeldzame bron vormt voor het begrijpen van de Nederlandse kunsttheorie uit het midden van de 17de eeuw.