Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Lammertijd.

Lammertijd

Voorbeeldzinnen (12)

Dat gebeurt in de lammertijd in schaapskooien, maar daarbuiten ook door de schapen 's nachts af te rasteren achter schrikdraad.

Normaal lopen er voor de lammertijd zo’n 220 van deze wilde schapen rond op De Hoge Veluwe.

Boer Jan - ook uit het laatste -seizoen - treft ze op zijn zorgboerderij in de drukste periode van het jaar: de lammertijd.

In verband met q-koorts laten de herders er geen mensen kijken tijdens de lammertijd.

Daar zitten ze dan lekker warm wanneer begin januari de lammertijd begint.

De lente hangt weer in de lucht en dat betekent ook dat de lammertijd weer is aangebroken.

Bij de schaapskooi op de Bergerheide is het volop lente want het is lammertijd.

De laatste enting moet twee-drie weken voor het begin van de lammertijd plaatsvinden.

De lammertijd is dan volop bezig en dat brengt behalve veel vreugde soms ook verdriet en zorgen met zich mee.

De lammertijd moet goed voorbereid worden.

Dit alles ter voorbereiding op de lammertijd.

Een korte lammertijd geeft minder werk.