Wil je Landgoed correct in een zin gebruiken? Deze 20 voorbeeldzinnen tonen het woord in context, samen met de betekenis.
Landgoed in een zin
Gerelateerde woorden
Landgoed betekenis
een groot landhuis met een uitgestrekt gebied dat als één geheel beheerd wordt, meestal door de landgoedeigenaar
Voorbeeldzinnen (20)
In 1929 leed het landgoed aan het zware economische crisis en moest Burroughs het landgoed afstaan aan de bank.
De naam van dat landgoed was Badminton en aangenomen mag worden dat de naam van het landgoed is overgegaan op het spel.
In 1848 werd Schönangern opgedeeld; het landgoed van Krabi werd een zelfstandig landgoed en nam de naam Schönangern mee.
Het landgoed wordt als een geheel beheerd met landgoed Westerflier dat aan de andere kant van Diepenheim ligt.
Zij gebruiken de opbrengsten voor het in stand houden van landgoed Heidehof en de natuur rondom dat landgoed.
Verder loopt de route nog over landgoed Maarsbergen en een nieuw landgoed met de naam Jonge Bossen van Doorn.
In 1970 werd het landgoed Rozendaal, met de twee boerderijen, aangekocht, en in 1971 volgde landgoed en hoeve Schrevenhof.
Een Beigut (Estisch: poolmõis) was een landgoed dat een min of meer zelfstandige eenheid vormde binnen een groter landgoed.
Het dorp lag op het terrein van een landgoed dat deel uitmaakte van een groter landgoed, in dit geval Enge.
Alphen Landgoed De Hoevens Het landgoed ‘De Hoevens’ ligt te midden van het sfeerrijke Brabantse Landschap.
Het Museumpark Landgoed Oranjewoud omvat het museum met het bijbehorende moderne landschap en het oude Landgoed Oranjewoud.
Dit maakt het voor de eigenaar van Landgoed Endegeest, de Oudendal Groep, mogelijk om met plannen te komen voor het landgoed.
Landgoed Twickel is verwikkeld in een rechtszaak met TenneT over de aanleg van nieuwe infrastructuur dwars door het landgoed.
Het landgoed is de eerste maar niet de laatste locatie waar Natuurmonumenten een parkeerbijdrage zal vragen voor het landgoed.
Het landgoed bleef in bezit van de familie Hacke van Mijnden tot 1973, toen het echtpaar Feenstra-Hacke het landgoed verkocht.
Hij kocht dit landgoed in 1806 en het landgoed Hartjesberg in 1808, waarna hij beide bij elkaar voegde.
Overnachten kan in het sfeervolle Landgoed Hotel, dat zich op 300 meter op hetzelfde landgoed bevindt.
Landgoed Stameren Op landgoed Stameren heeft BTL Maarssen de aanleg verzorgd van een historische tuin.
Aan de zuidkant grenst Landgoed De Utrecht aan buurtschap 't Wellenseind, alwaar landgoed 't Wellenseind zijn naam aan ontleent.
Hij had uitgebreide menagerieën op zijn landgoed in Bellport en later ook op zijn landgoed in Mendham.
Veelvoorkomende combinaties met landgoed
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- het landgoed 107×
- op landgoed 27×
- landgoed in 26×
- een landgoed 24×
- landgoed van 16×
- landgoed de 15×
- landgoed dat 11×
- groter landgoed 10×
- van landgoed 9×
- zijn landgoed 9×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "landgoed" in een zin?
Wat betekent "landgoed"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "landgoed" zijn er?
Over deze voorbeelden
De 20 voorbeeldzinnen op deze pagina bevatten het volledige woord landgoed. We verwijderen dubbele, te korte, onvolledige en technisch vervuilde zinnen automatisch. De betekenis is afkomstig uit Wiktionary. Lees meer over de bronnen en controles op de pagina over Voorbeeldzinnen.info of bekijk hoe je een correctie meldt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl