Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Landloper.

Landloper

Landloper betekenis

zwerver zonder beroep en vaste verblijf- of woonplaats en/of bestaansmiddelen (op het platteland)

Synoniemen van Landloper

Voorbeeldzinnen (20)

Je oom was niet zomaar een landloper.

Een beetje landloper heeft 144,5 miljoen kilometer tot zijn beschikking.

Inderdaad, lijkt wel een landloper.

De schoonfamilie koestert een diepe haat tegen de klaplopende, gescheiden landloper (Augurkjesman had een flitshuwelijk met een Nederlandse politica) die bovendien een joodse vader heeft.

Deze weldoorvoede landloper zie je inmiddels ook overal verschijnen.

Nog eerder werden ze op straat gezet, werden landloper en gingen snel dood.

Wat je ook van die andere twee vindt, terecht heeft landloper Dijkgraaf de begeerde stemmen niet gekregen.

Daarnaast is hij echter trouw en solidair aan zijn vriend Goort Perdams (De Kruik), die als stroper en landloper niet geliefd is onder de brave arbeidersbevolking.

De kwakzalverklucht opent met een krabbende landloper: "Wanneer een mens even schraal is in de kleren als mager in 't geld.

De landloper zorgt ervoor dat de spoken in het kasteel komen en ze treiteren de barones.

Een landloper was volgens die wet iemand zonder inkomen die onvoldoende geld had om een brood te kopen.

Op hetzelfde moment, in een nabije grootstad, krijgt de landloper Jakobus Sorgeloos bezoek van notaris Poenaard.

Wiske ziet de landloper uit een kist kruipen.

Ze ontfutselen de baal, maar de landloper ontwaakt.

Tijdens de opnamen voor het televisieprogramma ‘Verborgen verleden’ ontdekte astronaut André Kuipers dat een van zijn verre voorvaderen als landloper gevangen had gezeten in een van de gestichten in Veenhuizen.

Landloper, op de man af is wel wat makkelijk, nu inhoudelijk.

Toch zou ik liever zien dat er ook ooit nog eens wat inhoud de landloper *in* geduwd zou worden.

Vraag subsidie aan ofzo, landloper.

Inderdaad landloper Abrahams klopt de Trias Politica niet.

Jan: “Mijn huisgenoten vinden mij – daar komt het op neer – een slonzige landloper die, als het aan hem lag, in een ritsbroek en een naar de bakker zou gaan.