Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Landsheer.

Landsheer

Landsheer betekenis

een algemene benaming voor een vorst die in een bepaald gebied de territoriale soevereiniteit bezat | heerser, vorst, gebieder, koning, soeverein

Voorbeeldzinnen (20)

Landsheer helpt zijn Nederlandse klanten wel aan herbruikbare bekers als ze dat willen.

Die kreeg een eeuw eerder de bijnaam ‘het nieuwe wilde zwijn van de Ardennen’, nadat hij Luik in opstand liet komen en de landsheer, de prinsbisschop, in een hinderlaag lokte en koudweg vermoordde.

Sommige steden bleven trouw aan de landsheer, de katholieke Spaanse koning Filips II.

Gisteravond zei De Landsheer ook nog aan nieuwssite 'Bruzz' dat de politiezone een klacht zal indienen tegen de agentes, voor de geleden imagoschade.

We zijn dit jaar op zoek gegaan naar meer talent uit Amersfoort en omgeving”, aldus Jan Landsheer.

Flachet: “Misschien zorgt Jurgen De Landsheer, de nieuwe korpschef in Anderlecht, wel voor een kentering.

In Anderlecht is de spanning te snijden, zegt De Landsheer.

Jurgen De Landsheer, de korpschef van de politiezone Brussel Zuid, bevestigt dat er de laatste dagen verschillende arrestaties waren.

Jurgen De Landsheer: “Ik kon mijn ogen eerst niet geloven.

Daarmee kon hij binnen zijn ambts- of rechtsgebied zo nodig boeten opleggen, tot een door de landsheer bepaalde hoogte.

De dubbele hoedanigheid waarin Karel het edict had uitgevaardigd (als koning en als landsheer van de Nederlanden), was de reden voor de aanduiding Pragmatieke Sanctie.

De landsheer kon daardoor niet meer in alle gewesten persoonlijk aanwezig zijn.

De landsheer (of diens plaatsvervanger, de stadhouder), koos uit deze zestien voorgedragen personen vervolgens acht schepenen.

De toenmalige bisschop van Utrecht, Burchard, de landsheer van de stad, was van Beierse komaf.

Deze werd door de landsheer, c.q. de bisschop van Utrecht, benoemd.

Eerst verwees het naar een periode dat alle Nederlanden een Habsburgse landsheer hadden.

Enkel het Gelderse gedeelte Weert-Wessem krijgt later opnieuw een eigen landsheer en -vrouwe (1610).

Hierbij werden zij geholpen door het feit dat in 1685 het keurvorstendom Palts weer een katholieke vorst als landsheer kreeg.

Hij is hierdoor de laatste landsheer die de beide hertogdommen kon verenigen.

In afwachting van de komst van de nieuwe landsheer was nu de feitelijke regering in de noordelijke gewesten definitief in handen van de prins van Oranje en de Staten.