Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Leefdael.

Leefdael

Voorbeeldzinnen (17)

Philips, baron van Leefdael werd omstreeks 1610 geboren, als zoon van Jan van Leefdael, heer van Waalwijk en Beek.

In de 17e en 18e eeuw waren achtereenvolgens Rogier van Leefdael en diens zoon Johan van Leefdael heer van Lieferinge.

Daartoe kocht hij de baronie van Leefdael op 3 oktober 1540.

Filips werd opgevolgd door Rogier van Leefdael (?

Hun zoon Jan van Leefdael volgde zijn vader op als Heer van Hilvarenbeek.

Pas in de Franse tijd (1795) kreeg de familie de beschikking over het lijk van de Heilige Non, die daarop te Leefdael bij Leuven opnieuw begraven werd.

De collectie van Philips van Leefdael wordt bewaard in het Brabants Historisch Informatie Centrum in 's-Hertogenbosch.

Van Leefdael liet ook een poortgebouw bouwen aan de straatzijde ten noorden van het kasteel.

Catharina was een dochter van Rogier van Leefdael heer van Oirschot en Hilvarenbeek (geboren 1285 ) en Agnes van Kleef-Hülchrath (geboren 1290 ).

De veronderstelling dat de aanleg in opdracht van Rogier van Leefdael in de 17e eeuw zou zijn uitgevoerd, is een misvatting.

In 1645 werd het kasteel door Filips van Leefdael omschreven als een groot out Casteel met wijde schoone grachten.

Onder leiding van Jan van Leefdael werd de kerk in 1617 hersteld.

Over de bijdrage van Van Leefdael aan park en tuin is niets bekend.

Rutger erfde de heerlijkheid via zijn grootmoeder, Elisabeth van Leefdael-Grimbergen (1320-1347), een zuster van Rogiers moeder.

Hierna kwam de heerlijkheid aan Jacob van Leefdael (?

In 1711 kwam de heerlijkheid in handen van de markies van Asse, Jean de Coutereau, die gehuwd was met Johan Filips' dochter, Cornelia Johanna van Leefdael.

Jan van Leefdael ( 1603 - 1668 ) was een Zuid-Nederlands tapijtwever.