Voorbeeldzinnen (20)
In de zuidelijke Cariben leefden zij met de Galibi, die echter in afzonderlijke dorpen leefden.
De meesten uit uw lijstje leefden in een tijd leefden waarin ze hun carrière konden vergeten als ze er vooruit kwamen atheïst te zijn.
Jammer genoeg leefden er ook vele anderen mensen op mijn oppervlak die in diepe vergetelheid leefden.
De link die ze legt naar haar familiegeschiedenis, maakt dat de puzzelstukjes ook voor de lezer in elkaar vallen: ‘Alle zielen die voor mij leefden, leefden in angst voor verlies.
De bewoners waren arrogant en leefden alsof zij nog in een bloeiende stad leefden.
Indianen De indianen vertellen Sol dat zij ‘generaties en generaties leefden zoals onze voorouders leefden, in en met de natuur.
In dit dorp leefden boeren die leefden van visvangst en landbouw.
Opvallend is dat veel meer soorten die in warm water leefden dan soorten die in koudere omstandigheden leefden verdwenen.
Ze leefden nog lang en gelukkig.
Men zegt dat walvissen lang geleden op het droge leefden.
Ze leefden van de barmhartigheid.
Achter de bergen leefden zeven dwergen.
De mensen leefden in dorpen.
Leefden we maar in een wereld waar mensen niet hoefden te werken.
De cyclopen waren herders en leefden in grotten.
Ze reisden nu al twee dagen door een groot bos, zonder eten of drinken en zonder ook maar één huis te passeren, en elke nacht moesten ze in de bomen klimmen uit angst voor de wilde dieren die in het bos leefden.
Ze leefden in vrede.
Zij leefden in vrede.
Toms ouders leefden in armoede.
De ouders van Tom leefden in armoede.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl