Leer het woord Leefden beter kennen met 10+ echte voorbeeldzinnen.
Gebruik van Leefden
- In het voorbeeldencorpus komt leefden vaak voor in combinaties zoals: leefden in, ze leefden, leefden we.
Context rond Leefden
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 13.2 woorden
- Plaats in de zin: 5 begin, 12 midden, 3 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Leefden
- In deze selectie staat "leefden" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 13.2 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral cariben, dorpen, lijstje, alsof, boeren en verdwenen op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "leefden".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn afzonderlijke dorpen leefden en arrogant en leefden alsof zij. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "leefden" dicht bij woorden als interim, hinder en down, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met leefden
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Ze leefden in vrede. (4 woorden)
Zij leefden in vrede. (4 woorden)
Ze leefden van de barmhartigheid. (5 woorden)
Ze reisden nu al twee dagen door een groot bos, zonder eten of drinken en zonder ook maar één huis te passeren, en elke nacht moesten ze in de bomen klimmen uit angst voor de wilde dieren die in het bos leefden. (42 woorden)
De link die ze legt naar haar familiegeschiedenis, maakt dat de puzzelstukjes ook voor de lezer in elkaar vallen: ‘Alle zielen die voor mij leefden, leefden in angst voor verlies. (30 woorden)
De meesten uit uw lijstje leefden in een tijd leefden waarin ze hun carrière konden vergeten als ze er vooruit kwamen atheïst te zijn. (24 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
In de zuidelijke Cariben leefden zij met de Galibi, die echter in afzonderlijke dorpen leefden.
De meesten uit uw lijstje leefden in een tijd leefden waarin ze hun carrière konden vergeten als ze er vooruit kwamen atheïst te zijn.
Jammer genoeg leefden er ook vele anderen mensen op mijn oppervlak die in diepe vergetelheid leefden.
De link die ze legt naar haar familiegeschiedenis, maakt dat de puzzelstukjes ook voor de lezer in elkaar vallen: ‘Alle zielen die voor mij leefden, leefden in angst voor verlies.
De bewoners waren arrogant en leefden alsof zij nog in een bloeiende stad leefden.
Indianen De indianen vertellen Sol dat zij ‘generaties en generaties leefden zoals onze voorouders leefden, in en met de natuur.
In dit dorp leefden boeren die leefden van visvangst en landbouw.
Opvallend is dat veel meer soorten die in warm water leefden dan soorten die in koudere omstandigheden leefden verdwenen.
Ze leefden nog lang en gelukkig.
Men zegt dat walvissen lang geleden op het droge leefden.
Ze leefden van de barmhartigheid.
Achter de bergen leefden zeven dwergen.
De mensen leefden in dorpen.
Leefden we maar in een wereld waar mensen niet hoefden te werken.
De cyclopen waren herders en leefden in grotten.
Ze reisden nu al twee dagen door een groot bos, zonder eten of drinken en zonder ook maar één huis te passeren, en elke nacht moesten ze in de bomen klimmen uit angst voor de wilde dieren die in het bos leefden.
Ze leefden in vrede.
Zij leefden in vrede.
Toms ouders leefden in armoede.
De ouders van Tom leefden in armoede.
Veelvoorkomende combinaties met leefden
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- leefden in 24×
- ze leefden 14×
- leefden we 11×
- leefden ze 10×
- leefden en 10×
- we leefden 9×
- geleden leefden 9×
- leefden er 8×
- leefden van 8×
- mensen leefden 8×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "leefden" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "leefden" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl