Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Leefplek.
Voorbeeldzinnen (10)
De kinderen komen terecht in een aangename leefplek en kunnen ook buitenspelen in een gezellig tuintje.
Een fijne woon-, werk- en leefplek waar we elkaar kennen en we naar elkaar omzien.
Van planten in huis word je niet alleen gelukkiger, ze houden je leefplek ook een pak gezonder.
De losgebroken leeuwen werden gevonden en door de rangers teruggejaagd naar hun leefplek.
Brabant is naar eigen zeggen de eerste provincie die geld steekt in een gezonde leefplek voor kinderen.
Eigenlijk zeggen ze hiermee tegen soortgenoten: wegwezen, dit is mijn leefplek.
Of mensen die hun landgoed beheerden met maar één doel: zoveel mogelijk diersoorten een geschikte leefplek bieden.
Ook de keuken is een heerlijke leefplek in de woning.
Ze wonen in een nieuwbouwhuis in een voorstad van Amsterdam, dat tot een alternatieve leefplek is omgebouwd.
Muizen zitten net als uilen graag in een schuur met graan of hooi, maar omdat schuren voor hooi- en graanopslag nauwelijks meer bestaan, hebben muizen daar geen leefplek meer en nemen in aantal af.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl