Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Leenbrief.

Leenbrief

Voorbeeldzinnen (13)

Bij haar overlijden volgde haar zuster Anna van Cats op, krachtens een leenbrief van 3 juni 1649.

Bij leenbrief van keizer Maximiliaan I van 15 juli 1502 werden de twee broers Dietrich en Adolf Quadt beleend met de reichsständische heerlijkheid Wickradt en opgenomen in het Westfaalse Rijksgravencollege.

Eigenlijk was dit een overbodige actie, omdat Albrecht nog in het bezit was van de originele leenbrief uit 1250, compleet met zegel van Sijmon van Haarlem.

Zij droeg het huis over aan haar kleindochter Christina Monix, dochter van Margaretha van Nijenrode en Jan Monix (leenbrief van 24 september 1571).

Ook verkocht Six een leenbrief van duizend gulden, wat inhield dat de nieuwe eigenaar Rembrandt onmiddellijk sommeerde te betalen.

Een leenbrief uit 1356, die Boxtel bijzondere rechten gaf, diende als oorspronkelijke bron voor een studie.

Een leenbrief uit 1356 diende als basis.

Bij een belening stelde de leenheer een bezegelde akte op, de leenbrief.

Na het overlijden van Deliana van Brederode volgde haar zoon jhr Willem van Cats op, blijkens een leenbrief van 20 juni 1635.

Nelle Ghisebrecht die Gunters dochter) volgde hem op, bevestigd in een leenbrief van 5 mei 1386.

Eigenlijk was fit een overbodige actie, omdat Albrecht nog in het bezit was van de originele leenbrief uit 1250, compleet met zegel van Sijmon van Haarlem.

Hiermee was de leenbrief ongeldig geworden.

Hij verkocht het huis aan Hendrik de bastaard van Nijenrode blijkens een leenbrief van 27 mei 1500.