Hoe gebruik je Leengoederen in een zin? Bekijk 10+ voorbeeldzinnen die tonen hoe dit woord in verschillende contexten voorkomt.
Leengoederen in een zin
Gebruik van Leengoederen
- In het voorbeeldencorpus komt leengoederen vaak voor in combinaties zoals: leengoederen van, de leengoederen, leengoederen in.
Context rond Leengoederen
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 22.9 woorden
- Plaats in de zin: 2 begin, 6 midden, 12 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Leengoederen
- In deze selectie staat "leengoederen" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 22.9 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral belangrijke, goederen, minieme, geheel en iiic op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "leengoederen".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn van de leengoederen van het en allodiale goederen leengoederen en heerlijke. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "leengoederen" dicht bij woorden als aansprakelijke, aantastte en aanwendt, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met leengoederen
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
De ligging van de leengoederen IIIc. (6 woorden)
Zij hadden een aantal leengoederen binnen het Bourgondische rijk in bezit. (11 woorden)
De abdij bezat in de gemeente trouwens naast een aantal grote landbouwuitbatingen ook belangrijke leengoederen. (15 woorden)
De heren van Spaubeek verkregen daarnaast ook nog een deel van de leengoederen, wat mogelijk verklaart, dat een groot deel van de leengoederen van het huis Spaubeek (het latere huis Sint-Jansgeleen) binnen de grenzen van de heerlijkheid Schinnen liggen. (40 woorden)
Na het bedwingen van de opstand van de Drie Leengoederen had Kangxi in 1683 een aantal brieven aan de Russen gestuurd met het aanbod om te onderhandelen onder de voorwaarde dat het fort bij Albazin door hen ontmanteld zou worden. (40 woorden)
In het Duitsland van de 15e eeuw was geen plaats meer voor roofridders en de hoge adel maakte waar mogelijk een eind aan de onafhankelijkheid van de vele ridders die hun minieme leengoederen als kleine vorstjes regeerden. (37 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
De heren van Spaubeek verkregen daarnaast ook nog een deel van de leengoederen, wat mogelijk verklaart, dat een groot deel van de leengoederen van het huis Spaubeek (het latere huis Sint-Jansgeleen) binnen de grenzen van de heerlijkheid Schinnen liggen.
De abdij bezat in de gemeente trouwens naast een aantal grote landbouwuitbatingen ook belangrijke leengoederen.
De Addinga's kozen eieren voor hun geld; ze verpandden hun Corvey'se leengoederen in 1486 aan de stad.
De heerser kon zo zijn macht steeds indirecter uitoefenen, via de hovelingen en dienaren die hij beloond had met leengoederen.
De Piecken maakten een fortuin door een combinatie van hertogelijke ambten, allodiale goederen, leengoederen en heerlijke rechten.
Door het Leenhof van Brabant werden beleningen geregistreerd, voornamelijk van leengoederen in de Meierij van 's-Hertogenbosch.
Het emiraat Sicilië raakte in verval ten gevolge van dynastieke twisten, die leidden tot de verdeling van het land in leengoederen.
Het Veghelse deel (ongeveer 1/3 van het grondgebied van de heerlijkheid) bestond uit 3 door de heer verpachte hoeven en een groot aantal cijns- en leengoederen.
In 1428 beleent Jacoba 'onze geliefde Gerrit Potter van der Loo' met de leengoederen van zijn vader.
In 1442 legde hij een onbekend bedrag neer om het recht van de hertog tot lossing van deze leengoederen geheel af te kopen.
In het Duitsland van de 15e eeuw was geen plaats meer voor roofridders en de hoge adel maakte waar mogelijk een eind aan de onafhankelijkheid van de vele ridders die hun minieme leengoederen als kleine vorstjes regeerden.
In september 1355 had hij namelijk nog een schuld van 2000 florijnen aan de graaf van Namen die was ontstaan door zijn overname van de Namense leengoederen van Jan III van Cuijk.
Jean François Daniel Joseph was licentiaat in zowel het burgerlijk als kanoniek recht en hij werd in 1749 vermeld als stadhouder van de leengoederen van het hof van Mechelen.
Lothar wist zich uiteindelijk met de keizer te verzoenen en kreeg een deel van zijn bezittingen en leengoederen terug, samen met een schadevergoeding voor gederfde inkomsten.
Na het bedwingen van de opstand van de Drie Leengoederen had Kangxi in 1683 een aantal brieven aan de Russen gestuurd met het aanbod om te onderhandelen onder de voorwaarde dat het fort bij Albazin door hen ontmanteld zou worden.
Zij hadden een aantal leengoederen binnen het Bourgondische rijk in bezit.
Zij trouwen buiten gemeenschap van goederen, waaronder expresselijk vallen leengoederen in de Heerlijckheijden Opploo en Heumen.
In de inwijdingsakte van Urgell in 839 worden de parochies van Andorra voor de eerste keer vermeld als leengoederen van de Graaf van Urgell.
De ligging van de leengoederen IIIc.
De familieleden ontvingen leengoederen van de keizer, mochten de inkomsten van die goederen behouden en dienden een leger te onderhouden.
Veelvoorkomende combinaties met leengoederen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- leengoederen van 9×
- de leengoederen 6×
- leengoederen in 3×
- leengoederen en 3×
- en leengoederen 3×
- leengoederen als 2×
- drie leengoederen 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "leengoederen" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "leengoederen" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl