Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Leerjongens.

Leerjongens

Leerjongens | Leerjongen

Voorbeeldzinnen (12)

De betekenis van de termen leerlingen en leerjongens wordt ingevuld in functie van de betekenis aan het begrip onderwijs.

Hun regelgeving had betrekking op het hanteren van prijzen, kwaliteit van de producten, regelingen rond dagloners, de werkduur, leerjongens, werklieden en meesters.

Met behulp van de Bedrijfsschool IJzerwerkers van RSV (Andries Struis, leermeester ijzerwerkers, met zijn twaalf leerjongens) zijn gedurende een aantal weken systeemprofielen op wanden en plafonds geplaatst.

Na 1570 is Gillis terug in Antwerpen en heeft er in de loop der jaren verschillende leerjongens.

Tijdens de jaren twintig had hij zo’n acht assistenten en twee leerjongens.

Don Bosco is patroonheilige van de circusartiesten, dansers, leerjongens, schooljongens, jeugd en jongeren in het algemeen, jeugdzielzorgers en uitgevers.

Kijk je naar hun veroveringsdrift door de eeuwen heen en alle gevolgen dan zijn de nazi's leerjongens.

Rechters, advocaten, burgemeesters, artsen en andere notabelen vonden het niet langer aanvaardbaar dat patronen in de bouw hun leerjongens vooral simpele rotklusjes lieten doen, waar ze niets van leerden.

Hij krijgt knechten en leerjongens en heeft altijd een goed humeur.

Maar het proletariaat van de verschillende steden, bestaande uit gezellen, leerjongens en loonarbeiders, had nog geen eigen klassebewustzijn en kon zich ook niet verenigen.

Recenter onderzoek heeft echter uitgewezen dat in de schildersateliers niet alleen jonge leerjongens (vanaf 10-14 jaar) werkzaam waren, maar ook oudere en meer ervaren mannen die echter nog geen zelfstandig atelier waren begonnen.

Twee van zijn leerjongens, André Franquin en Maurice De Bevere (Morris), die beiden ook bij hem inwonen, reizen met hem mee.