Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Leerlooiers.

Leerlooiers

Leerlooiers | Leerlooier

Voorbeeldzinnen (16)

Leerlooiers Het Huidenvettersplein werd begin 14e eeuw ingenomen door de huidenvetters en leerlooiers als werkterrein en ontmoetingsplaats.

Mijn voorouders waren geen slavenhandelaren in die tijd, maar schaapherders en leerlooiers.

De Kleine Huidevettershoek, vandaag Platteberg, en de Grote Huidevettershoek verwijzen naar de vele huidenvetters of leerlooiers die hier hun bedrijvigheid hadden.

Een van de leerlooiers was Claude-François Orban, die trouwde met Antoinette de Xivry, behorende tot een andere welvarende Luikse familie.

Het huis in Dole werd doorverkocht aan andere leerlooiers.

Hét kenmerk van de stad is het "Siebendächerhaus", een voormalige werkplaats van leerlooiers met zeven zolderverdiepingen om het leer te laten drogen.

Rijke leerlooiers en -handelaren uit Waalwijk en omgeving zouden het (mede) hebben gefinancierd.

Rond 1870 was de Bellamybuurt een bedrijvig gebied met een bonte bevolking, bestaande uit kooplieden, winkeliers en kleine ambachtslieden, zoals leerlooiers, timmerlieden en leidekkers.

Door hun typische activiteiten vormen leerlooiers een van de groepen ambachtslieden die het makkelijkst archeologisch herkenbaar zijn.

Daarvoor was het een stad van leerlooiers.

De kerk werd vermoedelijk gesticht voor de leerlooiers in dit stadskwartier.

Na de oorlog versmolt de afbeelding van Karel V en het karakter gemaakt door de leerlooiers in Père Fouettard.

Schoenmakers kwam uit een familie van leerlooiers en zadelmakers.

Er zijn ook smeden die ijzeren bescherming maken en leerlooiers die leren bescherming maken.

Morreau, p. 7. De poort was genoemd naar de leerlooiers die in dit deel van het Jekerkwartier gevestigd waren en die later in de poort hun vergaderlokaal zouden vestigen.

Volgens de Historische stedenatlas van Frans Hermans waren er namelijk schoenmakers en leerlooiers nabij de toren gevestigd.