Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Leugenaars.

Leugenaars

Voorbeeldzinnen (20)

Ik kan niet wachten tot de volgende bende leugenaars (dezelfde leugenaars in een andere volgorde) er evengoed weer een zooitje van maakt.

Je hebt leugenaars, grote leugenaars en je hebt statistieken.

Misschien dan zo: op "links" doet men net alsof men denkt (betere leugenaars) en op "rechts" doen ze al de moeite niet meer (slechte leugenaars) en houdt men de schijn nauwelijks nog op.

Vandaar ook dat leugenaars zich graag omringen met andere leugenaars en niet met mensen welke hen eventueel wijzen op hiaten in hun denkbeelden.

Je hebt leugenaars, grote leugenaars en dan VVDers………….

Nu is het CBS bij uitstek een politieke benoemingen club, want “leugenaars,nog grotere leugenaars en statistici” leerden wij vroeger in de college banken al.

Hoe lang accepteren we nog dat dit soort oplichters/leugenaars rustig hun gang kunnen gaan met medewerking van hun collega oplichters/leugenaars.

Alle moordenaars en leugenaars zijn vervloekt en allen die moordenaars en leugenaars aanbidden en vereren krijgen te maken met de moord en leugenvloek.

Er zijn leugenaars, daarna hele erge leugenaars en vervolgens statistici.

Leugenaars zijn het stuk voor stuk leugenaars.

Statistieken liegen niet, maar leugenaars en bedriegers maken er vaak gebruik van.

Ik haat leugenaars.

Tom haat leugenaars.

Tom, Mary, John en Alice zijn allemaal leugenaars.

Ik heb echt een hekel aan leugenaars.

De wereld zit vol roddelaars en leugenaars.

Zeg je dat Tom en Mary leugenaars zijn?

Ik kijk neer op leugenaars en valsspelers.

Alle advocaten zijn leugenaars.

Weet je, misschien vertellen die leugenaars de waarheid.