Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Levensmiddelenbedrijf.
Levensmiddelenbedrijf
Levensmiddelenbedrijf betekenis
onderneming die in voedsel en benodigdheden voor het dagelijks leven handelt | handel in voedsel en benodigdheden voor het dagelijks leven
Voorbeeldzinnen (20)
Voor de medewerkers gelden verschillende cao’s: de cao Supermarkt VGL en de cao Supermarkt Levensmiddelenbedrijf.
Het was- en levensmiddelenbedrijf gaat op zoek naar een opvolger.
Unilever verwees naar een eerdere verklaring waarin het levensmiddelenbedrijf stelt dat in maart alle import en export in en uit Rusland zijn stopgezet.
Het levensmiddelenbedrijf verkoopt verschillende ijsmerken, waaronder Magnum, Solero en Ben & Jerry’s.
Op de Voorthuizerweg (N303) tussen Voorthuizen en Nijkerk, net ten noorden van levensmiddelenbedrijf Struik, is zaterdag begin van de middag een ernstig ongeval gebeurd.
Het levensmiddelenbedrijf was tot nu toe deels Nederlands, maar wil af van deze 'duale structuur'.
Het levensmiddelenbedrijf wil de jaarlijkse omzet uit plantaardige vleesvervangers en zuivelalternatieven vervijfvoudigen, van 200 miljoen naar 1 miljard euro per jaar.
Nadat het levensmiddelenbedrijf in 2017 een vijandige overname van de Amerikaanse concurrent Kraft-Heinz van het lijf wist te houden, beloofde het de ‘duale structuur’ onder de loep te nemen.
Hij startte een eigen triatlonclub en begon ook een levensmiddelenbedrijf met zijn naam, die hij later weer verkocht.
De cao supermarkten is de verzamelnaam voor twee cao’s: de cao levensmiddelenbedrijf en de cao Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Levensmiddelen (VGL).
Levensmiddelenbedrijf Go-Tan roept uit voorzorg twee partijen gebakken uitjes terug, omdat ze mogelijk metaaldeeltjes bevatten.
Levensmiddelenbedrijf Go-Tan roept uit voorzorg twee partijen gebakken uitjes terug, omdat ze mogelijk metaaldeeltjes kunnen bevatten.
Een levensmiddelenbedrijf als Chotelal die 200mio srd aan de staat leent (ca. €50mio).
Tegelijkertijd zien de analisten echter kansen voor het levensmiddelenbedrijf vanwege productinnovatie, schaalvoordelen, een toonaangevende merkenportefeuille en zeer nauwe en langdurige relaties met afnemers.
Bij een levensmiddelenbedrijf in Nijkerk is een partij van 65 kilo cocaïne aangetroffen.
De Canadese zakenbank vindt niet dat het levensmiddelenbedrijf plots een slecht bedrijf is geworden, maar ook niet de hoogvlieger die het tot voor kort werd geacht te zijn.
Het Britse was- en levensmiddelenbedrijf heeft gezegd dat doorgaan op de Russische markt de “minst slechte optie” is om te voorkomen dat het onderdeel wordt genationaliseerd door de Russische staat.
Hij komt over van levensmiddelenbedrijf Unilever waar hij eveneens financieel directeur was voor het cluster Europa.
Kraft is na het Zwitserse Nestlé het grootste levensmiddelenbedrijf ter wereld en is ook bekend van Lu, Toblerone en Côte d'Or.
Bernard was vroeger bezorger bij het levensmiddelenbedrijf Dingo.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl