Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Lichtgeraakte.

Lichtgeraakte

Voorbeeldzinnen (14)

Die lichtgetinte en lichtgeraakte verkeersovertreder is wel heel erg racistisch, Hij zal, net zoals wij blanke Nederlanders, waarschijnlijk tot de ergste straf worden veroordeeld.

De NPO is van oordeel dat de lichtgeraakte presentator sinds de toetreding tot De Wereld Draait Door de wettelijke verplichting tot medemenselijkheid bij de uitvoering van de publieke mediaopdracht niet nakomt.

Scheelt zo te lezen ook wat probleempjes met de lichtgeraakte arm der wet, dat dan weer wel.

Kan er dan echt helemaal meer tegen een stootje in deze extreem lichtgeraakte Westerse wereld?

Maar de lichtgeraakte reacties maken alles goed.

Mocht er dan echt nog gejank zijn van lichtgeraakte Oosterburen die zich ondanks alles tóch persoonlijk voelen aangevallen, dan wijs ik op de eerste zin van het lied: “Wilhelmus van Nassouwe, ben ik van Duitsen bloed”.

Lichtgeraakte zieltjes van Nederland, snelgekwetsten en overige zelfverklaarde slachtoffertjes van vermeende micro-agressie en stevige grapjens.

Nu dient een lichtgeraakte en wispelturige buitenlands-politieke amateur in het Witte Huis dit te doen.

Wellicht dat we minder van dit soort lichtgeraakte types zouden hebben als Nederlanders niet zo intens laf zouden zijn.

In Een zonnige plek voor sombere mensen volgen we de overhoopgegooide levens van vooral vrouwen, belaagd door ‘lichtgeraakte geestesververschijningen’.

American Express hoopt de ‘verdomd vervelende zaak’ te kunnen sluiten, nu de lichtgeraakte zakenman een nieuwe Centurion Card opgestuurd heeft gekregen.

We zouden kunnen denken dat dit heidense publiek, vol filosofisch scepticisme en levend met de onzekerheden en angsten voortkomend uit de onvoorspelbare en lichtgeraakte "goden" die ze dienden, een boodschap van troost zou horen.

De vereniging doorstond tien jaar vaak woelige discussies, zodat Maus ten slotte een einde maakte aan "het twisten onder lichtgeraakte individualisten ".

De als lichtgeraakte bekendstaande koning Otto I beschuldigde aartsbisschop Herold van hoogverraad en rebellie en liet hem als straf blind maken en stuurde hem in ballingschap naar Säben.