Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Liep.
Voorbeeldzinnen (20)
Had er 1 liep als een idioot, liep de teller uit op gps bijna 235. Verder rotte dat ding als een idioot en liep zonder pardoes de motor in puin.
Maar hij liep, liep, liep.
Hij liep de straat uit, een andere straat in; hij liep veel straten door, zonder te kijken, waarheen hij liep.
Hij liep tegen een paal toen hij over straat liep.
Als er in 1960 een neger door de straat liep dan liep nog net niet de hele buurt uit en iedereen wist precies wie men bedoelde met 'pinda, pinda, lekka lekka'.
De wolf liep om hen heen, en liep steeds terug naar de plek waar ze net hadden gestaan.
Eentje liep naar de kassa, een ander liep naar de duurdere broeken en de andere twee gingen ergens anders in de winkel staan.
Hij liep het huis in, pakte een hamer en liep naar de kamer waar Van der Willigen lag te slapen.
Van de week liep ik in de Renault showroom en liep ik tegen een Espace crossover aan.
Ze liep lang een halve minuut erachter, maar in het tweede deel van de marathon liep die achterstand verder op.
Ze liep pas verder toen de vrouw met de twee grote honden een eind voor haar liep, want ze moest zelf ook die kant op.
Zijn vrouw liep waarschijnlijk een breuk op en moest naar het ziekenhuis en ook een van de twee kinderen liep volgens 'Le Monde' lichte verwondingen op.
Zo had je Flo, waar alles goed mee liep, maar evenzeer had je Inge, met wie het contact wat zuurder liep.
Die in Duits uniform liep en op dat Maiden-plein liep te scanderen.
Maar plotseling liep hij het podium op, gaf presentator Chris Rock een klap en liep terug naar zijn stoel.
Ook in Berlijn liep een ambulance die fietser te verzorgen liep vast in files als gevolg van dergelijke obstructie van de openbare weg.
Uiteindelijk liep de Roemeen wat later in Frankrijk tegen de lamp en liep hij daar ook een veroordeling op voor een diefstal.
Ze liep niet verder, maar liep terug om haar schoen te halen, deed die rustig rond haar voet, en begon pas dán aan haar loopwedstrijd met een stevige achterstand.
De mensenmassa's deerden me niet toen ik in Tokyo rond liep, maar als ik elke dag van m'n leven in een metropoolgebied met 35 miljoen mensen rond liep, had ik me eigen allang van kant gemaakt.
De vrouw liep met haar hond over de Karel V laan waar zij twee jongens ongeveer 16 jaar voorbij liep die zich ophielden tussen een hoogwerker en een gepasseerde auto.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl