Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Lijd.

Lijd

Voorbeeldzinnen (20)

Ik geniet nooit van de eenzaamheid; ik lijd er alleen maar onder.

Ik lijd niet aan waanzin, ik geniet ervan.

De laatste tijd lijd ik aan gebrek aan slaap.

Ik lijd aan osteoporose.

Ik lijd aan plankenkoorts.

Ik lijd niet onder dementie, ik geniet ervan!

Lijd je aan slapeloosheid?

Ik lijd aan chronische constipatie.

Ik lijd vreselijk.

Ik lijd door jou.

Ik ben niet alleen klein, maar lijd ook aan slapeloosheid.

Lijd ik nu niet meer?

Heb je enig idee hoe zwaar het voor mij is om die vunzigheid te verdragen, en hoe zwaar ik eronder lijd?

Ik lijd onder de gebeurtenissen.

De VS blijft de boel opstoken en Europa lijd onder deze oorlog.

Dus dat congres werd een orgie van onderbrekingen: "Ik lijd aan oorsuizen en kan het debat niet volgen".

Geeft niks, ik lijd zelf ook aan die aandoening.

Ja, oké, ik lijd daar ook onder.

Lijden, ik lijd onder uw spelling.

Maar ze zeggen er niet bij dat ik aan dyslexie lijd en het daarom toch wat moeilijker heb gehad in mijn jeugdjaren dan leerlingen die geen dyslexie hadden.