Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Linguae.

Linguae

Voorbeeldzinnen (17)

Bekende Latijnse boeken zijn de Thesaurus linguae sanctae van de heilige Pagninus (1529) en de volledige Biblia Latina in drie delen (1550).

Linguae vitia et remedia, gepubliceerd door Joannes Cnobbaert in Antwerpen in 1631.

Voorts kunnen nog genoemd worden Thesaurus Linguae Etruscae (ThLE) en de concordantie Etruskische Texte.

Daartoe was Europa verdeeld in acht stukken, ‘tongen’ of ‘langues’ genoemd ( Latijn : "linguae").

Hij hield ook toen een rede: Oratio de usu et praestantia Linguae Graecae (Over het nut en de voortreffelijkheid van de Griekse taal).

In de laatste jaren van zijn leven liet Masius werken publiceren, waaronder Grammatica linguae syricaein en het woordenboek Syrorum Peculium.

Thesaurus Linguae Graecae is een digitale als thesaurus bedoelde database met alle literaire Griekse teksten vanaf 800 voor Christus tot de Byzantijnse en post-Byzantijnse tijd.

Zijn werk de Rudimenta linguae hebraicae uit 1506 vestigde definitief de studie van het Hebreeuws in het westen.

Zo schreef hij met zijn vriend Justus Lipsius een wetenschappelijk werk genaamd Etymologicum Teutonicae Linguae (1599), die een etymologie weergeeft der Dietse en Vlaamse talen.

Dit begon ermee dat Meinard Tydeman van curatoren toestemming gekregen had om les te geven over de Linguae Belgicae idea grammatica, poetica, rhetorica (1707).

Iets later zal Martinus Fogelius in 1669 in zijn werk De Finnicae Linguae indole observationes bewijzen dat niet alleen de woorden in het Fins en Hongaars op elkaar lijken, maar dat ook de structuur van de talen met elkaar verwant is.

In 1573 verscheen Thesaurus Theutonicae linguae.

In 1574 bracht hij het eerste Nederlandse verklarende woordenboek uit, het Dictionarium Teutonico-Latinum dat hij later tot het Etymologicum teutonicae linguae omdoopte.

Testimonia Linguae Etruscae zag het licht in 1954.

Wagenvoort is lid geweest van het Curatorium van de Thesaurus Linguae Latinae.

Werken (selectie) * Ιστοϱούμενα linguae punicae, 1630.

Zeven jaar voordien had hij daar al een aanzet toe gegeven in zijn Latijnse traktaat Aristarchus sive de contemptu linguae Teutonicae.