Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Lofdicht.

Lofdicht

Lofdicht | Lofdichten

Lofdicht betekenis

gedicht dat de lof van iemand of iets bezingt

Synoniemen van Lofdicht

Voorbeeldzinnen (20)

Het Zonnelied is een lofdicht dat oorspronkelijk begint met de woorden ‘Laudato Si’.

Van der Meulen noemt het “een lofdicht op God”, maar ook “een rariteitenverzameling die alle clichéopvattingen over die periode lijkt te bevestigen”.

Hij is de auteur van Al Khamriya, een lofdicht op de wijn.

Hoewel dit op zich al aangeeft dat ze in haar tijd groot aanzien moet hebben genoten, komt haar naam in geen enkele historiografische bron of lofdicht voor.

Houbraken vermeldt hierover dat dichter Wilhem vander Hoeven een lofdicht over hem schreef waarin hij de titel ‘Fenix in zyn Konst' kreeg.

Jan van der Noot had zelf een stapel gedichten, die de koper naar zijn eigen smaak en inzicht tot een dichtbundel kon laten samenstellen, waarbij de opdrachtgever het voor hem bedoelde lofdicht vanvoor kon terugvinden.

Tevens heeft zij acht korte gedichten aan het werk toegevoegd, waaronder een lofdicht op de genealogie.

Doch al gij zag was louter een strofe uit het Lofdicht Timmermans.

In een lofdicht dat hij schreef bij gelegenheid van de opening noemde Constantijn Huygens het stadspaleis ’s werelds achtste wonder.

Een lofdicht voor Theodorik de Amaal uit 507 maakt duidelijk dat de Alamannen pas in dat jaar verslagen werden, aangezien een groot aantal van hen een toevlucht had gezocht in de gebieden van de Gotische vorst.

BEIJING COMA is dus geen lofdicht op de democratische beweging.

De Oranjezaal van Huis ten Bosch: lofdicht op de stadhouder Zestienduizend gereformeerden erbij rond 1610 Parlement viert feestje met het volk ND-lezers: Is moeder betere opvoeder dan vader?

Een ademloos lofdicht voor de 'held in vredestijd' wordt druk bekeken op de Chinese versies van YouTube: 'Als een tweetal zwaarden schijnen je ogen koud licht.

Toch heb ik me, in weerwil ook van mijn opvoeding thuis, waar de werkzaamheden van de mannen van de vuilkar nog net niet met een lofdicht werden bezongen, een paar keer aan de zonde der hoogmoed overgegeven.

Volgens de cabaretier is Erdogan niet alleen sympathiek, maar 'kan hij ook tegen grapjes en kritiek', vervolgt Maassen zijn lofdicht.

De dichter Jan Frederik Helmers plande zijn lofdicht op Oranje helaas iets te vroeg.

Niet veel later verschijnen de eerste edities van zijn Canto General, een groot lofdicht op de geschiedenis, de geografie en de mensen van Latijns Amerika.

Mogelijk heeft Brongersma zich hierbij laten inspireren door de Gallery der doorluchtige vrouwen (1685) van haar vriend Ludolf Smids, waarvoor ze zelf een lofdicht schreef.

De Amsterdamse dichteres Katharyne Lescailje schreef een lofdicht op zijn werk.

Ook wordt in het boek een Gaëlisch lofdicht uit de elfde eeuw beschreven, waarin een (zeer gevaarlijke) voorloper van het Zwerkbal, Creathceann, werd beschreven.