Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Logementhouder.
Voorbeeldzinnen (13)
Bremmer werd geboren als zoon van Willem Bremmer, logementhouder, en Cornelia Wilhelmina Dumortier.
Hijzelf huwde Louise Marie Aline Françoise Chevalier, dochter van een logementhouder.
Later was hij logementhouder in deze stad.
Eibert Rinzes Hoekstra, geboren op 16 juni 1859 te Balk, als zoon van Rinze Eiberts Hoekstra, logementhouder in cafe De Zwaan te Balk, en Idskje Jans Poppes.
Hij was logementhouder en rietdekker.
Jacob Eiberts Hoekstra, geboren op 24 oktober 1830 op nummer 75 te Balk, als zoon van Eibert Rinzes Hoekstra, slager / logementhouder te Balk, en Trijntje Sjerps van der Meulen.
Omdat de gage van gemiddeld 9 gulden per maand pas werd uitbetaald wanneer het daadwerkelijk was verdiend en niet na overlijden, verkocht de logementhouder de vaak eerder aan opkopers voor minder dan de helft.
Op donderdag 1 december 1904 zal het huis ’s avonds om 6 uur bij logementhouder Buining publiek worden verkocht.
Van Smirren was naast logementhouder en bode van de gemeente Ambt Vollenhove, ook deurwaarder bij het kantongerecht in de Stad Vollenhove.
Deze verlaatmeester, ene Pieter Olthof (1847-1913), was ook logementhouder, caféhouder en winkelier.
Mantingh zette zijn werkzaamheden als logementhouder en koopman in Borger voort.
Van Gogh verbleef 18 dagen bij logementhouder Albertus Hartsuiker te Hoogeveen.
De logementhouder, Krelis Bladerdak, weet De Cock te melden dat Marcel Duval inderdaad bij hem logeerde en in Amsterdam op zoek was naar een vaag nichtje.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl