Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Longvissen.

Longvissen

Longvissen betekenis

een onderklasse van tropische, in zoetwater levende vissen die nauw verwant zijn aan de viervoeters (). Ze worden ingedeeld in de klasse der kwastvinnigen (). Longvissen zijn vooral bekend vanwege hun primitieve kenmerken: naast kieuwen bezitten ze een of twee longen en zijn zij in staat om door ademhaling zuurstof uit de lucht op te nemen zoals landdieren dat ook doen. De ledematen lijken ook meer op poten dan op vinnen en ze kunnen zich dan ook goed voortbewegen in een modderige omgeving

Voorbeeldzinnen (15)

De Australische longvis verschilt morfologisch aanmerkelijk van de andere longvissen.

De schalie werd aanvankelijk verondersteld afkomstig te zijn uit het Perm of Trias op basis van leeftijd over de vermeende aanwezigheid van fossielen van reptielen en longvissen.

Coelacanthen zijn de naaste verwanten van de longvissen, zo schrijft het Museon.

De onderzoekers ontdekten maar liefst 214 nieuwe RNA-virussen in reptielen, amfibieƫn, kraakbeenvissen, longvissen, straalvinnigen en kaakloze vissen, die overigens allemaal kerngezond leken te zijn.

Slechts drie afstammingen van deze dichtstbijzijnde verwanten, de longvissen, zijn vandaag de dag nog steeds in leven: eentje uit Afrika, eentje uit Zuid-Amerika en eentje uit Australiƫ.

Dit geldt voor Cichliden, niet voor bijvoorbeeld Longvissen van het geslacht Clarius.

Taxonomie De taxonomie van longvissen heeft de onderzoeker voor enige problemen gesteld juist omdat zij zowel kenmerken gemeen hebben met in het water levende vissen als met de in het algemeen op het land levende viervoeters.

In deze groep worden onder meer de longvissen en de coelacanthen geplaatst.

Naast twee groepen vissen, de longvissen (Dipnoi) en coelacanthen (Latimeria), omvat deze groep volgens een cladistische indeling ook de viervoeters (Tetrapoda), waarvan de meeste vertegenwoordigers op het land leven.

Dipterus is een uitgestorven vissengeslacht uit de onderklasse der longvissen (Dipnoi).

Fossiele longvissen hadden eveneens inwendige neusgaten en ook zij konden in tijden van nood dus lucht ademen.

In experimenten houden longvissen een droogteslaap van meer dan vier jaar vol.

Protopterus aethiopicus mesmaekersi is een ondersoort van de kwastvinnige vissen uit de familie van de Afrikaanse longvissen (Protopteridae).

Protopterus annectens annectens is een ondersoort van de kwastvinnige vissen uit de familie van de Afrikaanse longvissen (Protopteridae).

Voorbeelden zijn de eerste straalvinnigen (bijvoorbeeld Cheirolepis of Hyneria ) en kwastvinnigen (waaronder Eusthenopteron en de eerste longvissen ).