Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Losmaking.

Losmaking

Losmaking | Losmaken | Losmakingsproces

Losmaking betekenis

het niet meer een deel zijn van de staat waar men vroeger toe behoorde | het niet meer afhankelijk zijn van iets of iemand

Voorbeeldzinnen (15)

De grote zaak van de filosofie in de twintigste eeuw was de losmaking van het bergsonisme, die van de literatuur was de losmaking van het "gidisme".

Dat lijkt vrij absurd, omdat Karel in 1548 de band van de Nederlandse gewesten met het Rijk juist veel losser had gemaakt en in feite de grondslag had gelegd voor de latere losmaking van de Nederlanden.

Dit op 4 oktober 1990 gedane voorstel voor een volksraadpleging kan als het formele begin van de losmaking uit de Joegoslavische federatie gezien worden.

De gedachte dat een langzame losmaking van Britannië uit de EU beter is, is onjuist.

In het Schotse referendum over losmaking uit het Verenigd Koninkrijk in 2014 had YouGov het met een soortgelijke peilmethode wel bij het rechte eind.

Dat wordt je ontnomen, zelfs al zou de losmaking aan jezelf liggen, is dat erg.

Zo wordt de precaire evolutie van het Duitse zelfbewustzijn in de 'Berliner Republik' en de voorzichtige losmaking van de oorlogsschuld meteen al weer ingezet voor de partijenstrijd.

Losmaking moet met ‘medewerking en instemming’ van hen gebeuren, zo schrijft de Kerkorde voor.

Hij spreekt van verlossing, eigenlijk 'losmaking', de knoop van satans touw wordt losgemaakt.

Een intrede betekende een afscheid van de wereld en een bijna losmaking van familie.

Bovendien vindt de losmaking plaats in een omgeving met heel verschillende beïnvloeders.

De losmaking met de kerk van Rome (de zogenaamde "Dissolution"), teweeggebracht door Henry VIII, had tot gevolg dat vele kloosters werden afgebroken of vernield.

Hier vinden we geen losmaking.

Het bisdom Luçon ( Latijn : Lucionensis) werd opgericht op 16 augustus 1317 door losmaking uit het diocees Poitiers.

Maar ook in het noorden hadden sommigen zich intussen niet onledig gelaten met pogingen tot het vormen van een eigen calvinistisch getinte unie, daar echter met het oog op definitieve losmaking van het koninklijk gezag.