Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Lottobiljet.

Lottobiljet

Voorbeeldzinnen (4)

Hij kocht er een lottobiljet, kreeg het verkeerde van de winkelbediende, maar besloot het toch te houden.

De volgende ochtend zet hij het op een lopen waardoor iedereen meteen doorheeft dat hij het lottobiljet heeft.

Dat ze amper een dikke maand later een smak geld op haar bankrekening zou krijgen, dankt ze aan het Lottobiljet dat ze zoals elke week in haar eigen winkel kocht.

In een snackbar vindt Lang het lottobiljet van zijn vrouw in zijn jaszak.