Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Lull.

Lull

Lull betekenis

stilte | bedaring | in slaap sussen

Voorbeeldzinnen (20)

De plaats Lull heeft een eeuwenlange geschiedenis werd dit gebied bewoond.

Wat een lull en wat valt hij keihard door de mand.

Weh lull nomo nomo, ga voor huis van je geliefd Bouta protesteren noh.

Nee lull JIJ geeft het misschien door!

Het werk van Hatcher en Lull hield zich nog grotendeels aan de indeling van Marsh.

Lull oordeelde in 1907 alleen dat T. galeus wegens het fragmentarische karakter van het holotype een nomen dubium was.

Na Lull werd er lange tijd geen aandacht besteed aan het probleem.

Osborn zat een beetje met het geval in zijn maag: hij was erg onder de indruk geraakt van het aristocratische voorkomen van Lull, voornaam in houding en kleding, maar vreesde dat zijn nieuwe kracht wat overgekwalificeerd was voor het eenvoudige werk.

Is het dikke lull of dikke pikk?

Voor normale denkers en gewone mensen is XX een meisje met een kudt die van spelen met poppen houdt, en een XY is een jongen met een soms stijve lull die van spelen met XX houdt, van auto’s en van donderjagen.

Had ik al gezegd dat Pechtold een lull is?

Misschien dat ik dan nog een stijve lull krijg waar ik nog een beetje op kan leunen.

Doe jij toch ook hier hypocriet, lull maar een meter of 100 verder dan komt het goed met Sranang!

In het vuurgevecht dat volgende werd John Younger gedood door Lull.

Richard Swann Lull koos in 1933 voor die optie wat tot een Monoclonius (Centrosaurus) apertus en een Monoclonius (Centrosaurus) cutleri leidde.

Thomas Lehman erkende de juistheid van deze oplossing en voegde de interpretatie aan toe dat de T. elatus-groep van Lull de mannetjes zou vertegenwoordigen en de T. obtusus-T.

In 1911 wees Richard Swann Lull nog wat skeletmateriaal aan de soort toe, waaronder specimen USNM 9154, een groot linkerscheenbeen gevonden in de Coffee Mine.

In 1933 publiceerde Lull weer een monografie over de Ceratopia en bij deze gelegenheid wees hij ook nog T. alticornis, T. sulcatus en de net benoemde T. maximus als nomina dubia af.

Lull wees de soort in 1912 aan de Compsognatha toe, Friedrich von Huene in 1914 binnen de Coelurosauria aan een eigen Podekesauridae.

Triceratops werd door Marsh in 1889 aan de Ceratopidae toegewezen, een indeling die nog steeds gebruikelijk is, hoewel Lull in 1906 daarvoor de term Agathaumidae gebruikte.