Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Lunchen.

Lunchen

Lunchen | Lunch | Lunchende

Lunchen betekenis

de lunch gebruiken

Voorbeeldzinnen (20)

Zo zit je te lunchen, zo lig je te lunchen.

We lunchen gezamelijk te lunchen op de Westbank.

We lunchen zo rond de middag.

U hebt al de hele ochtend over dit probleem nagedacht. Ga nu eerst maar eens lunchen.

Ik ben aan het lunchen met mijn zus.

Ik ben van plan samen met hem te lunchen.

We lunchen vaak samen.

Ik heb vandaag niet genoeg tijd om te lunchen.

Ik ben van plan om met hem te lunchen.

Waar ga je vandaag lunchen?

De mannen zijn aan het lunchen.

Waar ga je lunchen?

Laat ons gaan lunchen.

Ik zal met mijn vrienden lunchen.

Tom is al begonnen met lunchen.

Er is ingepland dat ik met hem ga lunchen.

Ik plan met hem te gaan lunchen.

Heb je besloten waar je gaat lunchen?

Hebben jullie besloten waar jullie gaan lunchen?

We gaan om half één samen lunchen.