Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Lutheranen.

Lutheranen

Lutheranen | Lutheran

Voorbeeldzinnen (20)

Constante onenigheden leidden echter tot een permanent schisma tussen de Verenigde Lutheranen en de Oude Lutheranen in 1830.

Dat sluit automatisch joden, doopsgezinden, katholieken en lutheranen uit, omdat die tot dan toe vrijwel nooit toegang tot officiële functies hadden.

Dat waren lutheranen, en dus behoorlijk streng: ze wilden eerst de demo’s horen en teksten nalezen voor ze toestemming gaven.

De godsdienstvrede was echter enkel gesloten door de lutheranen en de katholieken, waardoor de toepasbaarheid daarvan op de gereformeerden twijfelachtig was.

De lutheranen gingen ondergronds met Arnoldus Claserus als predikant.

De Lutheranen hoopten zelfs nog even dat zij Albrecht konden meekrijgen in de reformatiebeweging.

De lutheranen kwamen aanvankelijk bijeen in een schuilkerk, maar in 1745 kochten zij twee huizen aan de Hamburgerstraat, braken deze af en bouwden op dezelfde plaats een nieuw gedeelte van hun kerk, dat aansloot op de middeleeuwse kapel.

De lutheranen van de 'onveranderde Augsburgse confessie' vormden al in 1617 een lutherse gemeente, maar werden pas in 1692 formeel door de stedelijke overheid erkend.

De maatregelen van Frederik veroorzaakten heel wat deining en vijandigheid bij de lutheranen.

De machtige Luther was Franck echter niet welgezind, en de lutheranen ter plaatse dwongen Franck in 1539 om de stad te verlaten nadat zij hem vergeefs een publicatieverbod hadden laten opleggen.

De voormalige dissenters als de remonstranten, doopsgezinden en lutheranen gebruikten voor hun nieuwe kerken doorgaans nog steeds de vorm van de schuurkerk, die zij hadden gebruikt in de tijd dat zij schuilkerken moesten bouwen.

De weinige Lutheranen die in 1828 in de gemeente woonden waren voornamelijk gepensioneerde militairen van een lagere rang.

Deze oorlog werd met Danzig als strategisch bruggenhoofd door de Zweedse koning als leider van de lutheranen tegen de Habsburgse keizers en het koninkrijk Polen gevoerd.

Deze streden tegen zogenoemd crypto-clvinisme, lutheranen die heimelijk calvinist waren, maar zich als lutheraan bleven voordoen in het openbaar.

Drie decennia godsdienstoorlogen moe, waarborgde keizer Karel V ten slotte in augustus 1552 de lutheranen godsdienstvrijheid in het Verdrag van Passau.

Het deel van de lutheranen dat Poolstalig was, mocht blijven en sindsdien is Bielsko het centrum van de lutherse kerk in Polen.

Hij werd daar door Joachim Meinecke, de leider van de Moskouse Lutheranen, beschuldigd van theologische en politiek gevaarlijke dwalingen.

Hun kerk verdween en de noordelijke beuk werd in 1799 bij die van de lutheranen gevoegd.

In de 2e helft van de 18e eeuw nam het aantal Lutheranen weer toe, en wel tot ruim 200, mede omdat er soldaten uit Duitse landen gelegerd waren.

In de Palts verloren de lutheranen in 1622 nog Heidelberg en Mannheim (september resp. november 1622).