Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Mager.

Mager

Mager betekenis

dun [1], erg slank (veelal op een manier die niet echt gezond is); schraal, tenger | niet of nauwelijks vet bevattend | onvruchtbaar

Synoniemen van Mager

Voorbeeldzinnen (20)

Dat is geen mager vlees, maar met mager stoofvlees kan je nooit mals stoofvlees maken.

Mager is zelfverlakkerij verdiep je eens in een gezonde ketogene levensstijl dan heb je helemaal geen mager en light nodig YT, dr Berg en.

Zo mager als het jaar is aan filmrollen en concerten, zo mager zijn heel wat Hollywoodsterren nu ook zelf.

Het landschap der premium elektrische sedans is mager, erg mager.

Mager paasweekend voor De Treffers Mager paasweekend voor De TreffersSantiago Palacios (l) tijdens een duel met FC Lienden eerder dit seizoen GROESBEEK/ECHT De Treffers heeft aan het dubbele paasprogramma slechts één punt overgehouden.

Hij is erg mager, maar zolang ik hier woon (2 jaar) zit hij al in mijn tuin en kom ik hem overal tegen en hij is altijd zo mager geweest.

Karbonade is gesneden van verschillende delen: rib- en haaskarbonade (mals en mager) en hals- en schouderkarbonade (minder mager en minder mals).

Mijn zus is mager en ik ben aan de dikke kant.

De vrouw is mager.

Mijn oom is mager, maar mijn tante is dik.

Normaal ben ik mager, maar nu ben ik dik.

Je bent te mager. Je zou meer moeten eten.

Ik ben helemaal niet dik, alleen maar niet zo mager.

De Kerstman wordt meestal voorgesteld als een dikkerd. Hij is vrijwel nooit mager.

Mijn spaartegoed is mager.

Tom is mager.

Tom is nu mager.

Hij is mager.

Zij is mager.

Tom, je bent zo mager als een garnaal.