Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Mandenmakers.
Voorbeeldzinnen (7)
Rond de vijftiende eeuw stond Maasbommel met name bekend om de visserij en mandenmakers en werd ook wel ’Snoekenstad’ genoemd.
Later kwamen daar ook handarbeiders bij, zoals schoenmakers, mandenmakers en bamboeverwerkers.
De familie produceerde manden en hadden een aantal mandenmakers in dienst.
Zigeuners kwamen aan de kost als toekomstvoorspeller (fortune tellers), maar ook als scharenslijper, mandenmakers, muzikant, paardenhandelaar en later ook autohandelaar.
De Chumash waren ook ervaren mandenmakers en verschillende musea in de VS en in het buitenland hebben grote collecties van hun manden.
Deze Worp maakte deel uit van een groter eiland met gemeenschappelijke weiden en twijggronden waar mandenmakers wilgentwijgen oogsten.
Een blokhut dient als informatiecentrum en er zijn voorwerpen die betrekking hebben op mandenmakers en hoepelmakers, die immers griendhout gebruikten.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl