Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Mandibels.

Mandibels

Mandibels | Mandibel

Voorbeeldzinnen (16)

De langwerpige maden hebben een onvolledig kopkapsel en mondhaken, die gevormd worden uit de mandibels en maxilla.

Dit geschied door de grond met de mandibels los te maken waarna het zand met behulp van de platte kop wordt verplaatst.

De bijtende monddelen worden mandibels genoemd, ze zijn kleiner dan de andere uitsteeksels en bovendien onder de kop gelegen, de kaken zijn met het blote oog nauwelijks te zien.

De bovenste kaken van kevers worden de mandibels genoemd.

De mandibels van de larve van het vliegend hert zijn recht, die van de andere twee soorten zijn duidelijk gekromd.

De mandibels zijn meestal van het klassieke type met geprononceerde incisorische en molaire uitsteeksels.

De mandibels zijn niet alleen erg lang en breed maar tevens vertakt, waardoor ze op een gewei lijken.

De naam capreolus betekent 'ree', het is een metonymie voor de kleinere mandibels van de mannetjes en slaat op het kleine gewei van de ree in vergelijking met het hert.

Deze twee paar uitsteeksels ondersteunen de mandibels bij het eten van een prooi.

Ook de kaken of mandibels (3) zijn sterk vergroot en vallen duidelijk op, zoals bij alle loopkevers.

Aan de voorzijde van de kop zijn de grote, sikkelvormige mandibels (9) aanwezig.

Binnen eenzelfde soort kunnen meerdere vormen van de mandibels voorkomen ( polymorfisme ).

De kaken of mandibels van de larve hebben vijf tandachtige uitsteeksels om het voedsel te vermalen.

De kaken of mandibels zijn sikkelachtig van vorm en zijn duidelijk naar elkaar toe gekromd.

De monddelen bestaan uit een krachtige steeksnuit met labrum, hypopharynx, gepaarde mandibels en maxillen.

Geen van deze drie soorten vliegende herten is als zodanig te herkennen, omdat een geweiachtige vergroeiing van de mandibels ontbreekt.