Ontdek Manninga via 6 voorbeeldzinnen uit het Nederlands. Ideaal voor taalgebruikers, schrijvers en taalliefhebbers.
Manninga in een zin
Context rond Manninga
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 15.2 woorden
- Plaats in de zin: 0 begin, 2 midden, 4 einde
- Zinsoorten: 6 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Manninga
- In deze selectie staat "manninga" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 15.2 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral maria, luiert, geslacht, heer, liet en 1562 op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "manninga".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn het geslacht manninga en met josina manninga liet hij. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "manninga" dicht bij woorden als aaai, aabn en aalbersestraat, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met manninga
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Hij was getrouwd met Maria Manninga. (6 woorden)
Hij was een zoon van Lütet Manninga en Adda Cirksena. (10 woorden)
Zij werd de stammoeder van de tak Lutsborch van het geslacht Manninga. (12 woorden)
Later hertrouwde Sonoy met jonkvrouwe Johanna de Mepsche en in 1594 trokken ze in bij Emmerantia die sinds 1582 getrouwd was met Luurt of Luiert Manninga, heer van Dijksterhuis. (29 woorden)
In 1614, toen hij voor de tweede keer getrouwd was (met Josina Manninga) liet hij de borg verbouwen. (18 woorden)
Onder de grafzerken valt een met putti en doodshoofden versierde zerk van Tetta Manninga († 1562) op. (16 woorden)
Voorbeeldzinnen (6)
Hij was getrouwd met Maria Manninga.
Later hertrouwde Sonoy met jonkvrouwe Johanna de Mepsche en in 1594 trokken ze in bij Emmerantia die sinds 1582 getrouwd was met Luurt of Luiert Manninga, heer van Dijksterhuis.
Zij werd de stammoeder van de tak Lutsborch van het geslacht Manninga.
Hij was een zoon van Lütet Manninga en Adda Cirksena.
In 1614, toen hij voor de tweede keer getrouwd was (met Josina Manninga) liet hij de borg verbouwen.
Onder de grafzerken valt een met putti en doodshoofden versierde zerk van Tetta Manninga († 1562) op.
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "manninga" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "manninga" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl