Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Marktstad.
Marktstad betekenis
een stad die volgens de wet marktrechten had
Voorbeeldzinnen (13)
Dinan was toen een kleine marktstad, waar een benedictijner klooster werd gevestigd.
Libohovë werd een belangrijke marktstad in de regio, en telde destijds meer dan 15.000 inwoners.
Taxkorgan is een marktstad voor schapen, wol en wollen goederen, met name tapijten, en is omgeven door boomgaarden.
Het college doet zijn best om het Glazen Huis met het goede doel naar de marktstad te lokken, maar radiozender 3FM heeft de procedure veranderd.
Desalniettemin bleef het een aantrekkelijke marktstad.
Schagen is een echte marktstad.
Als hij vanuit de marktstad te paard op weg is naar huis ontmoet hij een andere ruiter op een kennelijk duur paard en papt met hem aan.
Djougou vormt een marktstad voor de omliggende regio.
Rond de 13e eeuw was de stad een belangrijke marktstad, en stond bekend om zijn wol.
Er bleef alleen een middelgrote marktstad over.
Het kasteel moest uitdrukken dat de stad Zagreb bereid is zich te verdedigen tegen aanvallers, terwijl de open poorten moesten symboliseren dat Zagreb een vrije marktstad was, sinds Béla IV dat in 1292 verordonneerde.
Nicholas koopt een huis in de nabijgelegen marktstad en bezoekt Christine regelmatig.
Pas in de 13e eeuw ontwikkelden de naburige nederzettingen om de Mariakerk en Nicolaaskerk zich tot de machtige marktstad Flensburg.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl