Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Meeldraden.

Meeldraden

Voorbeeldzinnen (20)

Bij eenbroederige meeldraden zijn de meeldraden met elkaar vergroeid; bij tweebroederige meeldraden staan de meeldraden los van elkaar op de bloembodem zoals bij tulp.

De bloem heeft zes meeldraden en bij de twee korte meeldraden zitten klieren.

Naar het aantal meeldraden noemt men de plant éénhelmig, tweehelmig etc. Bij gevulde bloemen zijn meerdere of alle meeldraden omgevormd tot kroonbladen.

En dat is merkwaardig, want roze rozen met gele meeldraden kunnen weer wel door de beugel.

Opvallend zijn de roomwitte meeldraden.

Bloemen verwierven in de loop van de evolutie vaak vorm en kleur waarmee ze, zodra ze zonlicht vangen, hun meeldraden, stamper en vruchtbeginsel lekker warm kunnen houden.

Dat zijn bijvoorbeeld planten met dubbele bloemen, waarbij de meeldraden in bloemblaadjes zijn veranderd.

Bij noordelijk groeiende orchideeën, waar bestuivers soms zeldzamer zijn, kunnen de meeldraden bij langdurig uitblijven van het bezoek van bestuivers toebuigen naar de stamper, om bij gebrek aan kruisbestuiving maar te gaan voor zelfbestuiving.

Daarnaast worden nog verscheidene andere symbolen gebruikt, zoals voor vergroeiing van onderdelen, inplanting van de bloemdelen, steriliteit van meeldraden of vruchtbladen, de bloemboden en stamper.

De bloemen hebben onbeduidende bloemblaadjes, lange meeldraden en stampers, en worden door de wind bestoven.

De gelijkende Crocus pulchellus Herb. uit de Balkan en Klein-Azië heeft slankere bloemen met witte meeldraden; var.

De meeldraden hebben twee pollenzakjes op de helmdraden.

De meeldraden staan meestal vrij, maar soms tot één, twee of meer bundels vergroeid.

De microsporen worden vertegenwoordigd door de pollenkorrels, die gevormd worden in de helmhokjes van de meeldraden (micrsporangia).

De strobili de die meeldraden dragen worden ook wel mannelijke kegels of pollenkegels genoemd, diegene die de zaden dragen, vrouwelijke kegels, gynostrobilus of zaadkegels.

De twee à vijf bladeren zijn vlak, de bloeischede is korter dan de bloeiwijze en de meeldraden zijn ongedeeld en steken niet boven de bloemen uit.

De twee korte meeldraden staan aan de voet naar buiten gekromd in de buitenste krans en de vier lange staan rechtop in de binnenste krans.

De twee lange meeldraden steken buiten de kroonbuis.

Er zijn twee periant-kransen, twee kransen met meeldraden en een of meer kransen met vruchtbladen.

Gewoonlijk zijn alle meeldraden even lang.