Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Meelopen.

Meelopen

Meelopen betekenis

iemand vergezellen tijdens het lopen

Synoniemen van Meelopen

Voorbeeldzinnen (20)

Wie kan het nou ene ruk schelen waarom mensen meelopen, dat ze uberhaupt meelopen en hoe ze zich er dan bij voelen.

Tot bitterheid van de Polen mochten de Poolse militairen niet meelopen in de overwinningsparade in Londen in 1945, waar landen zoals de Bahama's en Fiji wel mochten meelopen.

Wil je met me meelopen naar het station?

Mag ik meelopen?

Zal ik even met je meelopen?

Zal ik met u meelopen?

Laat me op zijn minst meelopen voor de uitwisseling.

Mag ik meelopen naar je auto?

Komaan, Grace, ik wil met je meelopen naar je klas.

Je mag wel meelopen, maar...

Zal ik met je meelopen naar de les?

Als er inmiddels wetenschappers die zich afficheren als IPCC-wetenschapper meelopen met Exlinction Rebellion en het Staatsjournaal dat als belangrijke gebeurtenis naar voren brengen weet je hoe verweven het één met het ander is.

Als ze niet mogen blijven: Helaas, u kunt meelopen met die meneer daar.

Bezoekers die op 10 maart de benefietavond hebben bezocht, mogen ook voor een vrije gift meelopen.

Bezoekers kunnen niet meelopen met de stoet.

Daardoor kan ze dinsdag niet meelopen met de eerste dag van de Nijmeegse Vierdaagse.

Daar hadden die jihadisten geen rekening mee gehouden, dat die livestreams van de nieuwsdiensten meelopen.

Danique zit in het derde leerjaar van het VWO op het Hogeland College in Warffum, en ze mag een dag meelopen met haar droomberoep.

Derdejaars- en vierdejaarsstudenten die in het bedrijfsleven al wat ervaring hebben opgedaan en vragen kennen van klanten, gaan ook meelopen.

De reden dat we vandaag meelopen in De Nieuwe Wierde in Grijpskerk, is de actiedag die er vandaag in de ouderenzorg is.