Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Meen.

Meen

Voorbeeldzinnen (20)

Er naast zat meen ik zo’n extreem hip café, met felle lampen en dito publiek, meen dat dit ook van de broertjes was.

Demonstraties van de Centrumpartij (meen ik) werden keer op keer verboden, tot een stad (Deventer meen ik) besloot dat op dezelfde dag een evenement vóór integratie gehouden zou worden.

Victor Orban is iemand die feitelijk hetzelfde doet en probeert breder uit te dragen via 'een groep' Visegrad-landen (vernoemd naar het slot van ik meen de voormalige Hongaarse koning), ik meen Tsjechië, Polen en Slowakije.

Overigens moest de politicus die de opnamen maakte (Goni) meen ik uiteindelijk na een schandaal ook het land ontvluchten meen ik (en leefde lange tijd in ballingschap in de VS - ook maar een jaartje of wat geregeerd).

"Nee," antwoordde de verkoopster. "Ik meen het. U heeft het prijskaartje gezien."

"Nee," antwoordde de winkelier. "Ik meen het. U heeft het prijskaartje gezien."

Voor het overige meen ik dat Carthago moet worden vernietigd.

Ik meen wat ik zeg.

Meen je dat echt?

Ik meen het!

Eet je kreeft met Kerstmis? Meen je dat echt?

Hou je me voor de gek of meen je dat?

Meen je 't?

Ik zag een ufo! Ik meen het! Geloof mij alstublieft. Ik ben niet gek of iets dergelijks.

Ik meen het.

Meen je dat serieus?

Dat meen je niet!

Meen je dat nu serieus?

Maak je een grapje of meen je dit serieus?

Ik meen het echt.