Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Meerijden.

Meerijden

Meerijden betekenis

als passagier in een voertuig vervoerd worden | tweede betekenisomschrijving

Voorbeeldzinnen (20)

Je kunt meerijden en méérijden.

Wil iemand meerijden?

Kan ik met jou meerijden?

Kunnen we meerijden naar Scorpion Ridge?

Wil je met me meerijden om mijn installatie te beluisteren?

Je kunt een paar weken niet meerijden.

Ik mocht niet met jou in de ambulance meerijden.

Ik kan altijd wel met iemand meerijden.

Wilt u echt niet meerijden?

Bij nader inzien wil ik toch graag met je meerijden naar Terre Haute.

Begeleiders kunnen daarom in een apart busje meerijden in de optocht.

Bezoekers kunnen dan de treinen bekijken en meerijden.

Daarna konden de kinderen meerijden in een Jeep en er was ook een veiling.

Deelnemers kunnen onder meer meerijden op een zijspanmotor.

Die gast moest geld meebrengen en mocht puur meerijden om Williams overeind te helpen houden.

Een groots feest, helikoptervluchten, meerijden in stoere auto’s of verkleed als echte prinses rondgereden worden in een koets: niets is te gek!

En bewezen dat er geen enkele reden is waarom er een vrouw niet zou kunnen meerijden in Formule 1. De realiteit?

Geïnspireerd door collega en ALS-patiënt Bram Emmerzaal (42) uit Angeren rijden boeren deze zaterdag door Nijmegen voor Serious Request: voor 5 euro kun je een rondje meerijden.

Gewoon een dag later naar Kleve, veel grotere optocht waarbij het gros van de Groesbeekse praalwagens meerijden.

Het Boerderijterras is geopend, u kunt meerijden met het boomgaardtreintje door de boomgaard, er wordt vers appelsap geperst en kinderen kunnen zich uitleven op het appelspringkussen.