Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Mensenzoon.

Mensenzoon

Mensenzoon betekenis

man die als sterfelijk persoon afstamt van Adam en Eva en dus belast is met de erfzonde

Voorbeeldzinnen (20)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Zoals het ging in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon.

De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

Welke naam vind jij het best passen bij Jezus: Messias, Mensenzoon, Vriend van mensen, Zoon van God?

We zijn allen uit hetzelfde hout gesneden, ook de Mensenzoon.

Anders gezegd, Jezus beroept zich hier op Daniël 7. Dit geeft aan dat in de vroege kerk werd aangenomen dat Jezus, als messias, de Mensenzoon was die het Laatste Oordeel zou vellen.

Christus vereenzelvigde zich in de Evangeliën, onder verwijzing naar teksten in het Oude Testament, met de oudtestamentische naam "Mensenzoon" en "Knecht des Heren" die het verbond met God vernieuwde.

Dan zal iedereen Mij, de Mensenzoon, zien komen in de wolken, met grote macht en majesteit.

De vertalingen 'mens' en 'mensenzoon' zijn beide valide.

En dan zal iedereen Mij, de Mensenzoon, zien komen in een wolk, met macht en schitterende majesteit.

Hij wordt gestenigd en blikt naar de hemel, waar hij de Mensenzoon zag verschijnen, staande aan Gods rechterhand.

Christus is voor mij inderdaad ‘de Mensenzoon’, zoals de dubbelzinnige formulering luidt – zoon van God en zoon van de mensen.

In kelken vangen de vier engelen het bloed op uit Christus’ wonden, een iconografische vondst die de hele voorstelling in het licht plaatst van het offer van de Mensenzoon en de verlossing van de mens.

In de Eindtijd zouden de doden weer tot leven komen om te worden beloond of bestraft, terwijl de Mensenzoon zou komen om dit oordeel uit te spreken.

Allerlei traditionele begrippen, bijvoorbeeld dat van de Mensenzoon, of Gods Zoon, lijken niet meer te passen in de belevingswereld.

Hetzelfde evangelie dat eindigt met de komst van de Mensenzoon, die dan maar één afwegingsfactor noemt: ‘alles wat jullie hebben gedaan voor de onaanzienlijksten van mijn broeders en zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.

Om precies te zijn: het gaat om Boek IV van de Kirchliche Dogmatik, daarvan deel 2, paragraaf 64. Het onderwerp is ‘de verhoging van de Mensenzoon’ onder de overkoepelende noemer: ‘Jezus Christus, de knecht als Heer’.

Pas het christendom is het heilige met het goede gelijk gaan stellen, in het christendom is de gelovige niet meer persoonlijk verantwoordelijk voor het feit dat hij het offer wil: de dood van de Mensenzoon.

De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden.

Immers in die opperste vernedering wordt de Mensenzoon verheven.

Lukas heeft gesproken over de Mensenzoon, beeld van de profeet Daniel.