Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Meuren.

Meuren

Meuren betekenis

een onaangename geur hebben

Voorbeeldzinnen (20)

Je gaat er alleen zo van zeuren (en meuren)!

Voor straf spoel ik tussentijds mijn keutels niet meer door zodat het hele toilet goed gaat meuren.

Dat zal flink meuren, zo'n soepje.

Dat je nog moet roepen dat ze wakker moeten worden, het liefst lagen ze nog in hun nesten te meuren.

De linkse haviken lopen te meuren op bloed.

Die met hun dikke pens allemaal op de IC liggen te meuren.

Je gaat toch zeker niet je eigen huis uit meuren, stelletje stinkerd!

Maar ook hondestront, werkelijk overal schijten honden, zeiken ze tegen gebouwen, in iedere winkel ligt een hond te meuren achter de kassa, stuitend.

U, redactie, loopt wel te meuren over al die slachtoffers van de toeslagenaffaires, maar hier meurt u niet over.

En ze meuren nog naar zweet om van te kotsen.

Mannen konden op die plek vreselijk meuren en ongwenste bacteriën bij zich dragen.

Wat zal het straks meuren bij u.

Wees er blij mee als je zelf om 6 uur 's ochtends weer naar je werk moet en ze zelf in hun nest blijven meuren.

Als er geen wind staat dan blijft alle rook op één plek hangen, als iedereen dan houtkachels gaat zitten stoken dan gaat het lomp hard meuren overal en echt lekker is dat niet.

Barbecueën is nog tot daar aan toe maar de hele buurt laten meuren inclusief de inhoud van de woningen onder die vervloekte houtkachels en vuurkorven is van de zotte.

Die sneue landgenootjes met hun trainingsbroekjes en bontkraagjes en meuren naar knoflook tijdens het slap ouwenelen slaan een lekkere deuk in een warm pakkie boter.

Het is tegenwoordig een grote smogalarm overal en altijd vanwege die stinkende houtkachels die dag en nacht meuren en straks de houtkorven omdat dat stinkhout er toch eenmaal ligt.

Het liefst als u nog ligt te meuren in het bed.

Jeffrey ligt nog in z'n nest te meuren.

Je gaat er wel ontiegelijk van uit je bek meuren, maar zo herkennen wij aardappeleters dan ook de paddestoeleneters.