Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Miauwend.

Miauwend

Miauwend | Miauwende

Voorbeeldzinnen (7)

Op school liep hij miauwend door de gang, maar geen klasgenoot zag in hem een mogelijke moordenaar.

Ze vond haar driejarig katje miauwend aan de andere kant van de schutting aan haar huis.

Het was een kitten, die miauwend naar hun boot zwom.

Daar hoor ik een bekend miauwend geluid.

Nog geen seconde nadat Guinness’ neus de gehaktballetjes had gedetecteerd klauwde ze zich hysterisch miauwend een weg mijn schoot op.

En krols miauwend lief naar een van zijn vriendinnen riep.

Nadat ze de geur ervan hebben opgesnoven of van de plant hebben gegeten, rollen sommigen zich dramatisch miauwend of jankend over de grond, schurken ze tegen de plant aan of blijven ze onbeweeglijk staan met een doffe blik in de ogen.