Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Michielsabdij.

Michielsabdij

Voorbeeldzinnen (15)

Deze abdij hing toen af van de Sint-Michielsabdij in Antwerpen.

Deze gemeenschap diende de voormalige Sint-Michielsabdij tot leven te brengen.

In 1234 ging het patronaatsrecht van de kerk van Minderhout over van Rutger van Hout naar de Sint-Michielsabdij van Antwerpen.

In 1532 kreeg de gemeente Beerse tegen vergoeding de gebruiksrechten van de gronden van de Sint-Michielsabdij.

In 1815 keerde het naar terug Antwerpen, waar de Sint-Michielsabdij inmiddels al was opgeheven.

Daarrond is in het Latijn de inscriptie ‘Abbatia Sancti Michaelis Antverpiae MCXXIV-MDCCCXXX’ aangebracht, wat wil zeggen: Sint-Michielsabdij Antwerpen 1124-1830.

De Sint-Michielsabdij groeide uit tot een machtig en rijk klooster, dat eeuwenlang een belangrijke rol in het maatschappelijke en politieke leven van het toenmalige Antwerpen speelde.

Het bestaat uit een cirkel van 150 centimeter diameter in blauwe hardsteen met het grondplan van de Sint-Michielsabdij.

In dat jaar vestigden enkele Norbertijnen van de Sint-Michielsabdij in Antwerpen zich op uitnodiging van Giselbert van Castelré op zijn landgoed in Tongerlo.

De oude oorkonde, hoewel waarschijnlijk vervalst, wat overigens veel voor kwam, vertelde iets over de grondverdeling tussen de Sint-Michielsabdij van Antwerpen en het kapittel van Onze-Lieve-Vrouwekerk te Antwerpen.

Geschiedenis De plaats werd samen met Ekeren in 1155 voor het eerst vermeld in oorkonden van de Sint-Michielsabdij en fuseerde in 1929 met Antwerpen.

Het behoorde toe aan de Abten en Heren van de Sint-Michielsabdij van Antwerpen.

De oude oorkonde, hoewel waarschijnlijk vervalst, wat overigens veel voorkwam, vertelde iets over de grondverdeling tussen de Sint-Michielsabdij van Antwerpen en het kapittel van Onze-Lieve-Vrouwekerk te Antwerpen.

De vondst van aardewerk uit de 6e, 7e, 8e en 9e eeuw in de omgeving van de Academie en de terreinen van de latere Sint-Michielsabdij toont aan, dat dit centrum een verspreide bewoning kende.

Ze werd begraven in de intussen verdwenen Sint-Michielsabdij en kreeg daar in 1476 een grafmonument.