Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Middenhandsbeen.

Middenhandsbeen

Middenhandsbeen betekenis

een van de botten die de botten van de pols verbindt met de botten van de vingers

Voorbeeldzinnen (20)

Het derde middenhandsbeen is volgens McIntosh het langste maar bij de prefect bewaarde hand van SMA 0002 blijkt het tweede middenhandsbeen het langste te zijn, met een lengte tot 57% van het spaakbeen.

Het derde middenhandsbeen zit met 191,6 millimeter in lengte tussen beide andere middenhandsbeenderen in; van alle bekende therizinosauriërs is het echter ten opzichte van het eerste middenhandsbeen het kortst.

Het echte tweede middenhandsbeen, bekend van het Franse exemplaar, is ook breed maar veel langer dan het eerste met bijna de gecombineerde lengte van het eerste middenhandsbeen en het eerste vingerkootje van diens vinger.

Het eerste middenhandsbeen is hierdoor relatief juist wel wat langer dan bij T. rex met 62 tot 76% van de lengte van het tweede middenhandsbeen tegenover 58% bij de Amerikaanse vorm.

Het eerste middenhandsbeen is kort, met 13,7% van de lengte van het tweede middenhandsbeen.

Het eerste middenhandsbeen is over de volle lengte vergroeid met het tweede middenhandsbeen.

Het eerste middenhandsbeen is waarschijnlijk het kortst — een exemplaar van 72,3 millimeter lengte is gevonden — en heeft bovenaan een recht vlak waar het het tweede middenhandsbeen raakte.

In de hand is het derde middenhandsbeen langer dan het tweede middenhandsbeen en is de derde vinger veel langer dan de tweede vinger, zoals bij Scansoriopterygidae gebruikelijk.

Mogelijkerwijs is een kort, 43% van het tweede middenhandsbeen in lengte, rudimentair vierde middenhandsbeen aangetroffen dat geen vinger droeg.

Samen met het eerste middenhandsbeen bedragen ze slechts 92% van de lengte van het tweede middenhandsbeen, een uitzonderlijk lage waarde.

Aan de bovenste voorkant heeft het tweede middenhandsbeen een raakvlak als contact met eerste middenhandsbeen.

Een tweede handwortelbeentje, een piramidevormig ulnare, overkapt de achterkant van het bovenste tweede middenhandsbeen en, met een hol facet, de bovenkant van het derde middenhandsbeen.

Het eerste middenhandsbeen heeft meer dan 40% van de lengte van het tweede middenhandsbeen.

Het kootje is ook dik, met ongeveer dezelfde doorsnede als het tweede en derde middenhandsbeen wat, in combinatie met het ver naar beneden doorlopen, bij sommige fossielen de illusie schept dat er een lang eerste middenhandsbeen aanwezig is.

Het raakvlak met het eerste middenhandsbeen steekt wat uit zodat het in de overeenkomende holte van dat laatste past; het raakvlak met het derde middenhandsbeen is juist hol.

Dat is de reden dat daar de combinatie van eerste middenhandsbeen en eerste vingerkootje op 87% van de lengte van het tweede middenhandsbeen blijft steken, terwijl zij bij de beter voorziene exemplaren tot aan de onderkant van dit element reikt.

Eerste middenhandsbeen en duim zijn erg slank; het grootste tweede middenhandsbeen draagt een vinger van drie kootjes.

Het bovenste scharniergewricht van het eerste middenhandsbeen is zeer robuust en asymmetrisch met sterk ontwikkelde gewrichtsvlakken en een vergrote gewrichtsknobbel aan de buitenzijde, dus aan de kant van het tweede middenhandsbeen.

Het derde middenhandsbeen is robuuster dan het eerste en tweede middenhandsbeen.

Het eerste middenhandsbeen heeft een derde van de lengte van het tweede middenhandsbeen.