Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Mompelende.

Mompelende

Mompelende | Mompelen

Voorbeeldzinnen (18)

Bij de roddelbladen staat waarschijnlijk een in zichzelf mompelende Gordon, die maar niet begrijpt dat hij niet in een van de blaadjes staat.

Iets wat actief wordt tegengewerkt door voortdurende wapenleveranties, olie-op-het-vuur gooiende von der Leyen's en een regime-change/genocide mompelende demente president.

Een mompelende overstaanbare zonderling die gast.

Het is van Cafe KopKanker maar tis eindelijk weer eens een niet mompelende slaapverwekkende complodenkende langdradige aflevering.

Costello stond bekend om zijn mompelende persoonlijkheid, nette uiterlijk en zijn beroemde trefzin HEEEEYYY ABBOTT!

Volgens Josef Michl was Dvořák gek op het middenregister maar “klaagde hij over de nasale klank in het hoge register van de cello en de mompelende klank in het lage register”.

Hoop alleen dat het stelsel niet opgaat in de EU macht,nu ik Rutten in de kamer hoorde vertellen als weg mompelende laatste zin, dat defensie meer personeel zelfs van buitenaf gaat aannemen.

Op zo’n mompelende toon waarmee ze tijd probeerde te winnen voor de man die al een tijdje bij ons woonde.

En de hele weg van het zwembad naar het all you-can-eat-buffet begeleid door sissende en kech-mompelende mannetjes.

Opgezwolle, extince, nee nu zijn slecht Nederlands mompelende nep criminelen die 'muziek' maken.

In haar column noemt ze Van Looy een “mompelende presentator die zelf het hardste lacht om zijn puberale kaka- en pipigrappen”.

Het verkeer op de Nevski was omgeleid, en deze altijd toeterend-drukke verkeersader vulde zich nu met een zacht mompelende mensenmassa.

Zoals ook mijn mompelende antwoord.

Cameron had daar schoon genoeg van en nadat hij had verklaard dat de Britse economie herstellende was, voegde hij eraan toe dat zulks niet het geval was geweest als ‘we hadden geluisterd naar die mompelende idioot tegenover me’.

De platte Hagenees, de verontwaardigd mompelende boer, een akelig perfecte Paul van Vliet en dito Philip Bloemendal (‘In de Sixtijnse Kapel grepen de vlammen razendsnel om zich heen’).

Mompelende mannen kijken toe.

Vanuit een mooi plekje met een verrekijker naar veertig druk mompelende vrijwilligers van de brandweer loeren, allemaal om het duivelse doosje miltvuur heen.

Hij ontwaakt tegenover de Grote Onthaler, die hem terecht wijst over zijn op band opgenomen mompelende gedachten.